maandag 27 december 2010

De chaos van Freek de Jonge

Freek is Freek. Met theatrale handgebaren, stemverheffingen, drukke loopjes en razendsnelle sketches weet hij vaak te imponeren. Toch lijkt de chaotische stijl van Freek de Jonge zijn valkuil te worden in de nieuwe jaarsconference Het Verlossende Woord.

De opkomst van Freek in het bescheiden Compagnietheater geschiedt met veel bombarie. Met een hoop herrie slingeren hij en zijn stagehand een rij rollators het podium op. Freek moedigt de toeschouwers onderwijl aan enthousiast mee te klappen met de muziek, en vraagt of ze zin hebben in een avondje vertier. Dat hebben ze. Maar het enthousiasme wordt weinig beloond: Freek slaagt er slecht in de energie in de zaal vast te houden.

Freek stapt in een sneltrein van grappen, om daar niet meer uit te komen. Elk thema dat ook maar enigszins actueel is wordt aangehaald. Twitter, het WK, Wikileaks, het misbruik in de kerk, de verhoging van de maximumsnelheid, de poststaking, het zouttekort, en natuurlijk met stip op nummer één: het nieuwe regeringsbeleid. Want dat Freek het niet eens is met de plannen van de hoge heren is duidelijk. Hij maakt een aantal rake opmerkingen die menig toeschouwer instemmend doet knikken. Tot een lach wil het ook nog wel komen. Maar echt grappig wordt het nergens. Er worden zo ongelofelijk veel onderwerpen aangehaald, dat iedere grap aan de oppervlakte blijft steken.

Als rode lijn door de voorstelling praat Freek over zijn moeder. Zijn 95 jaar oude moeder die een luier draagt en eindeloos rondjes draait met haar rollator terwijl ze één handrem dichtknijpt. De verhalen zijn herkenbaar, mooi en nu en dan grappig. Maar de verhalen zijn vooral ook verwarrend. Want de reden om de zorg voor zijn moeder tot centraal onderwerp te nemen wordt nergens duidelijk. Het blijft slechts gissen naar de relatie tussen deze incontinente bejaarde en de actuele ontwikkelingen in de politiek, die in de voorstelling om en om worden besproken. Als Freek dan ook nog begint te rappen met een Feyenoordpetje op, raakt men het spoor helemaal bijster.

Freek is een cabaretier waar men moeilijk omheen kan. Met zijn natuurlijke gevoel voor performance wint de man veel sympathie. Maar een dergelijk talent biedt geen garantie voor een sterke voorstelling, wat wel blijkt uit het snel wegstervende applaus na deze conference. Al grappend horen we Freek van achter de coulissen nog roepen: ‘Was dit het?’. Ja Freek, dit was het. Een staande ovatie krijg je niet zomaar.

donderdag 16 december 2010

Ponyclub, geen Trojaanse vrouwen: Yes!

Een donker podium. Flitsende lampjes. Kermende vrouwen die over de grond heen kruipen. Een lichtspot. Duistere klanken op de achtergrond. Duo Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot nemen hun publiek in hun nieuwste voorstelling Ponyclub, geen Trojaanse vrouwen mee naar de vrouwen van Troje. De dames uit deze oude tragedie van Euripides wachten kermend en klagend op hun lot ten tijde van de Trojaanse oorlog. Hekabè, Kassandra, Helena en Andromache: ze zijn alle vier op het podium aanwezig, kreunend zoals we van hen gewend zijn uit het oude verhaal. Maar dan gaan de lichten aan en bevinden we ons ineens in het nu. In een tijd waarin de vrouw emancipatie heeft doorgemaakt en niet langer als het zwakke geslacht wordt beschouwd. Maar wie is die vrouw van nu eigenlijk?

Sanne Danz ontwierp voor deze voorstelling een rechtbankachtige setting waarin de vier vrouwen volop de kans krijgen via microfoons en een overheadprojector hun stem te laten gelden. Deze kans grijpen ze. De moderne vrouw is immers strijdlustig en weet wat ze wil. De dames van Sociëteit De Ponyclub hebben van alles te zeggen over de wereld. Ze maken zich druk. Om het feit dat we onze wc’s doorspoelen met drinkwater. Om het feit dat langs afgesloten snelwegen de lichten blijven branden. Om het feit dat de Westerse vrouw zeurt over haar maatje 40 terwijl aan de andere kant van de wereld honger wordt geleden. Om het feit dat de paling uitsterft. Dus wat doe je dan als vrouw? Je maakt een affiche met daarop een afbeelding van een paling aan een strop en de tekst “stop de palingmoord”. Actie ondernemen zullen ze.

Denk niet dat dit een feministische, moralistische voorstelling is. Integendeel: er wordt flink de spot gedreven met het vrouwelijk geslacht. Kassandra probeert al stotterend een punt te maken, maar verdrinkt volledig in haar eigen betoog. Helena – met uitgelopen mascara over haar hele gezicht – tilt de spreektafel hoog boven haar hoofd, in de hoop maar gezien te worden. De vrouwen schieten van hevige discussies over wereldleed in pietluttige conversaties over uiterlijkheden. Ze boren elkaar voortdurend de grond in (“ach mens, ga koken”) en steken als het nodig is elkaars oog uit met een naaldhak. Bij wijlen zijn de scènes uiterst hilarisch, en toch verliezen ze nergens hun ernst. Boogaerdt en Van der Schoot weten als geen ander hoe ze een balans moeten vinden tussen klein en groot, tussen tekst en beweging, tussen humor en ernst.

Naast de vier genoemde personages is er nog een vrouw aanwezig die de tijd bijhoudt (“denkt u aan uw maximale spreektijd?”). Alle vijf de actrices spelen zeer overtuigend. In zowel de tekst- als de mimegedeeltes weten zij sterke vrouwen te tonen, waarachter een complex innerlijk gevoelsleven schuilt. De oerdriften van de dames komen naar boven wanneer ze als apen tegen de tafels leunen of “yes!” schreeuwen vanuit het diepst van hun longen. Wellicht was de voorstelling nog sterker geweest wanneer Boogaerdt en Van der Schoot meer naar deze extremen hadden gezocht. Maar zeker is dat zij een voorstelling hebben gemaakt die op komische wijze treffende vragen stelt over de vrouw van nu. De vrouw die actie onderneemt, de vrouw die doet wat een man enkel in woorden zegt. “If you want something said, ask a man. If you want something done, ask a woman.”

maandag 22 november 2010

Stoppen op je hoogtepunt

Lang met een hoofdletter L. Het schijnt de nieuwe trend te zijn in theaterland. Voorstellingen van een uurtje zijn haast zeldzaam, voorstellingen van twee of zelfs drie uur steeds vaker de norm. Of het nu de ego’s van de theatermakers zijn die hun publiek zo lang mogelijk op de tribune willen houden, of een gebrek aan dramaturgen die de kern van een voorstelling weten te duiden, wat mij betreft zijn de langgerekte performances een zwaktebod.

De noodzaak van theater kent vele facetten. Theater is er om te amuseren, te prikkelen, te raken, mee te zuigen. Theater is er om aan te zetten tot reflectie of tot een lach. Theater is er om dingen aan de kaak te stellen en om mensen te binden. Maar wanneer een voorstelling almaar voortduurt, dreigen al deze elementen te verzinken in een slepende vertoning. De lach sterft weg, de toeschouwer verliest zijn aandacht en kijkt op zijn horloge.

Natuurlijk zijn er genoeg uitzonderingen: sommige voorstellingen hebben nu eenmaal tijd nodig om op te bouwen, details te tonen en complexe relaties uiteen te zetten. Genoeg voorstellingen zijn deze tijd ook waard en weten hun publiek eindeloos te boeien. Maar toch zie ik steeds vaker voorstellingen die hun hoogtepunt voorbij vliegen en daarna keihard naar beneden kelderen. Of erger: voorstellingen die hun hoogtepunt nooit bereiken, omdat het woord spanningsboog hen volkomen vreemd lijkt. Niets is erger dan een voorstelling zonder spanning. Theaterstoelen zitten doorgaans nou net niet zo comfortabel dat je er ongemerkt uren op kunt zitten. De stoelen wijzen je erop dat je er zit, in het theater. En wanneer dat gebeurt, ben je uit de voorstelling getrokken. Dan is het niet altijd even gemakkelijk er weer in te geraken.

Als ik meewerk aan een productie wil ik zorgen dat de toeschouwers hierin meegezogen worden. Ik wil dat ze in een sneltrein stappen en pas beseffen dat ze hun eindbestemming hebben bereikt wanneer de trein tot stilstand komt. Ik wil voorkomen dat ze al een tijdje uit het raam zaten te turen op zoek naar het eindpunt, om daar aangekomen het station zo snel mogelijk te verlaten. Nee, ze moeten terug de trein in willen om meer te zien.

Maarja, wie ben ik. Laat ik deze blog ook maar vooral niet te Lang maken. Stoppen op je hoogtepunt.

dinsdag 16 november 2010

Hamlet van De Utrechtse Spelen: To See or Not To See?

Tijdens het Utrechtse UITfeest in september bezocht ik een voorproefje van ‘Hamlet’, vertolkt door De Utrechtse Spelen. De voorbode van deze regie van Jos Thie maakte een overweldigende indruk. Het publiek werd op straat ontvangen met een theatraal dansspel op klompen, om vervolgens het theater in getrokken te worden waar een gigantische eettafel zich aftekende te midden van een grote ravage. Er was enorm uitgepakt met decor, kostuums en special effects. Het voorproefje van deze ‘Hamlet’ zat bomvol humor, spanning en verrassingen. Deze voorstelling moest ik zien. Vol verwachting begaf ik me dan ook opnieuw op de tribunes van De Utrechtse Spelen, die voor ‘Hamlet’ aan weerszijden van de imposante tafel zijn geplaatst. Dit maal was de eettafel echter leeg. En dat niet alleen: alles wat deze voorstelling zo veelbelovend maakte tijdens het UITfeest, bleek volledig van tafel geschoven. Letterlijk.

Thie zag in de tekst van Hamlet een stuk over een jonge, moderne generatie in wiens leven de vraag “wie ben ik en wie wil ik zijn” centraal staat. Om deze vraag te onderzoeken trok hij een aantal acteurs van jongerengezelschap DOX aan, samen met huischoreograaf Hildegard Draaijer. Maar het gebruik van jonge spelers garandeert geen moderne voorstelling, zo blijkt. Al spelen hoofdrol Floris Verkerk en zijn medespelers nog zo sterk; een gebrek aan luchtigheid maakt de voorstelling een lang en voortslepend spel. Nu en dan weten de choreografieën van Draaijer de tekst mooi te versterken, maar op vele momenten wordt de beweging nogal geforceerd op de traditioneel en ernstig gebrachte teksten geplakt. Het decor; de energieke spelers; het gebruik van dans; de onconventionele theateropstelling: alle ingrediënten voor een verrassende, actuele Hamlet-enscenering zijn aanwezig. Maar losse ingrediënten leiden niet automatisch naar een goed recept.

We kennen het verhaal van Hamlet allemaal. De dode koning van Denemarken verschijnt als geest aan zijn zoon Hamlet om hem te vertellen dat zijn broer – die inmiddels zowel de troon als de koningin heeft ingenomen – hem heeft vermoord. Hamlet zint op wraak, maar twijfelt of hij hier wel toe in staat is. Elke regisseur die de strijd met ‘Hamlet’ aangaat staat voor een belangrijke uitdaging. Het publiek weet al hoe het verhaal zal verlopen: de spanning zal dus gezocht moeten worden in het ‘hoe’ in plaats van het ‘wat’. Thie pakt dit slim aan door elke illusie over het lot van Hamlet direct weg te nemen: waar de actie in het oorspronkelijke script lang op zich laat wachten, gebruikt Thie het gewelddadige einde van het verhaal als proloog. Hamlet sterft in een bloederig duel tegen zijn vriend, terwijl zijn moeder en oom worden vergiftigd door een glas wijn. De opening maakt nieuwsgierig: na deze slachtpartij zal het publiek te zien krijgen wat de personages tot hun daden dreef. Helaas wordt het publiek hierin teleurgesteld. Het zijn vooral feiten die we te zien krijgen, waarbij de achterliggende motieven ondergesneeuwd raken door ernstig spel en geforceerde vormkeuzes.

Interessant in de nieuwe Hamlet-vertolking is de dubbelrol van Shertise Solano als zowel de moeder als de geliefde van Hamlet. De keuze om deze personages door één actrice te laten spelen, verbeeldt krachtig hoe Hamlet in zijn wanhoop de twee vrouwen waar hij het meest van houdt van zich afstoot en zelfs de dood indrijft. De zelfmoord van Ophelia wordt prachtig geënsceneerd wanneer zij in witte kleding op de enorme tafel ligt, die langzaam volstroomt met water. Toch zijn deze momenten schaars en weet de voorstelling weinig indruk te maken. Het UITfeest is bedoeld om cultuurliefhebbers warm te maken voor het komende seizoen; niet om hen op het verkeerde been te zetten. De Utrechtse Spelen hebben met hun voorproefje van ‘Hamlet’ hun tribunes goed weten te vullen. Maar ze sturen hoogstwaarschijnlijk ook een hoop mensen teleurgesteld naar huis.

dinsdag 2 november 2010

‘De thuiskomst’ van Pinter opnieuw radicaal

FC Bergman is een hype. Waarom? Ga naar hun uitvoering van Harold Pinter's ‘De thuiskomst’ en je begrijpt het. Deze jonge, Vlaamse honden maken rauw, fris en gedurfd theater. Het is op zich al gedurfd om een tekst van Pinter op de planken te brengen. Want, zo geven de spelers van FC Bergman zelf al aan, in de teksten van Pinter vind je nooit antwoorden. Gelukkig hebben zij dit goed begrepen. De mannen gaan niet verstard op zoek naar een interpretatie, maar leggen zich toe op de vervreemding die in Pinter’s tekst besloten ligt. Ze laten de toeschouwers achter in een staat van verwarring. En hoe ze dat doen, is knap.

“Wees maar niet bang An, het is mijn familie, geen stelletje kannibalen”, zo stelt hoofdpersonage Teddy zijn vrouw gerust, wanneer ze voor het eerst in zes jaar zijn ouderlijk huis betreden. De angst van An is niet ongegrond: de vader, broer en oom van Teddy leven als holbewoners al zuipend, rokend en bekvechtend in een huis dat bezaaid ligt met afval. Het wordt niet bepaald een warm weerzien. Vaderlief is woedend dat iemand voor het eerst sinds de dood van zijn vrouw een “hoer” mee naar huis durft te nemen. Hij wil zijn zoon te lijf gaan met alles wat hij maar voor handen heeft. Toch nemen de emoties al gauw een andere wending wanneer de heren zich realiseren dat de komst van een vrouw eigenlijk zo slecht nog niet is. Het woord hoer dient niet langer als scheldwoord: deze “hoer” zou zich nog wel eens nuttig kunnen maken…

FC Bergman geeft een interessante interpretatie aan ‘De thuiskomst’ door An, die eigenlijk Ruth heet, door een man te laten spelen. Dat de vrouw zich voorstelt als Ruth maar door haar man An wordt genoemd, verwijst naar een tijd waarin zij nog als man door het leven ging. Nog altijd heeft Ruth haar mannelijkheid niet verloren, wat blijkt wanneer haar edele delen zich openbaren onder haar mantelrok. De absurde manier waarop scènes als deze gespeeld worden, maakt het stuk bij wijlen hilarisch. Een enorme chapeau gaat uit naar acteur Matteo Simoni, die een ongekend sterke mannelijke vrouw – of is het een vrouwelijke man? – neerzet. De dubbele laag van deze rol benadrukt de wankele familiebanden: zelfs al wordt de ware identiteit van Ruth onthuld, de mannen zijn meer geïnteresseerd in dit zogenaamde vrouwelijk schoon dan in hun eigen Teddy die ze al jaren niet zagen. De onderlinge verhoudingen op het podium worden continu onderuit gehaald en laten de kijker verward achter.

De heren van FC Bergman weten waar de grenzen liggen en gaan er genadeloos overheen. Een flinke dosis energie en explosiviteit spat non-stop van het podium af. Deze mannen weten wat acteren is. Waar de tekst van Pinter vroeger nog voor veel ophef zorgde, is het script in de huidige tijd lang niet meer zo radicaal. Toch weet FC Bergman de tweeakter opnieuw schokkend te maken. Enkele toeschouwers besloten zelfs de zaal te verlaten. Spijtig: ze hebben een sterk staaltje theater moeten missen.

zaterdag 30 oktober 2010

De Avonden: Weinig Reve in de regie van Léon van der Sanden

“Any news?”, zo vraagt de vader van Frits van Egters dagelijks aan zijn zoon, die daarop steevast antwoordt dat het slecht, maar verder goed gaat. De dialogen uit het boek ‘De Avonden’ van Gerard Reve zijn ijzersterk. Maar sterke dialogen geven geen garantie voor een goede vertolking op het toneel, zo blijkt uit de theaterbewerking van de literaire klassieker door Bos Theaterproducties. Alles wat het boek van Reve zo krachtig maakt, gaat in de regie van Léon van der Sanden volledig verloren.

Tien jaar geleden maakte Van der Sanden zijn eerste toneelbewerking van ‘De Avonden’. Een enscenering waarin de nadruk werd gelegd op de benauwdheid en eentonigheid van het leven na de Tweede Wereldoorlog, zoals ook in de beroemde roman van Reve centraal staat. Een leven waarin hoofdpersoon Frits van Egters gebukt gaat onder de bekrompenheid van zijn ouders, de verstikkende normen van de naoorlogse samenleving en de sobere leefomstandigheden. De uitvoering van Van der Sanden werd door zowel de pers als Reve zelf flink geprezen. De regisseur zou er slim aan gedaan hebben het bij dit succes te houden. Toch besloot hij zich aan een nieuwe bewerking te wagen. Een bewerking die de traagheid van het boek inruilt voor een snelle, cartooneske entourage. Eén die de plank volledig misslaat.

De personages van De Avonden worden in deze nieuwe versie neergezet als stripfiguren, die houterig over het toneel bewegen en weinig diepgang tonen. Onmiddellijk wordt hiermee een enorme afstand gecreëerd tussen spelers en publiek. De toeschouwers krijgen een observerende rol toebedeeld, waarin zij de levens van de verschillende personages van een afstandje kunnen aanschouwen. Het wordt hen onmogelijk gemaakt om op eniger wijze verbondenheid of sympathie voor de karakters te voelen. Van der Sanden lijkt de wereld van de familie Van Egters vooral te willen bespotten. Maar ook hier slaagt hij weinig in: de slapstickachtige humor komt na de pauze pas enigszins van de grond, maar blijft vooral steken in de flauwe grappen. Voorzichtig klinkt af en toe een lach uit het publiek, maar echt komisch wordt het nergens.

De toeschouwers krijgen weinig kans iets te voelen bij de wereld die aan hen gepresenteerd wordt. Wie op zoek gaat naar de noodzaak van deze nieuwe enscenering, tast in het duister. Van der Sanden lijkt de hele voorstelling zoekende te zijn. De mooie teksten van Reve gaan verloren in de snelle, oppervlakkige scènes die bol staan van overdreven spel en intonatie. Waar nog een grote potentie schuilt in de ironie van het hoofdpersonage, komt zijn karakter nergens tot zijn recht: we zien vooral de acteur Thomas Cammaert die hard zijn best doet een personage neer te zetten. Als al snel blijkt dat dit alles is wat het publiek te zien krijgt, slaat de verveling toe. En dan duren de 2,5 uur die deze voorstelling bestrijkt, ineens wel heel erg lang.

zondag 24 oktober 2010

Welkom bij de vernietiging van onze eigen cultuur

Dat we in een economische crisis verkeren is duidelijk. Dat we een weg moeten vinden om hieruit te geraken ook. Er zullen klappen moeten vallen. Overal, dus ook in de kunst- en cultuursector. Een logisch verhaal. Maar dat de kunsten zo hardhandig aangepakt gaan worden doet mij de broek afzakken. Eerst wordt al aangekondigd dat het nieuwe kabinet 200 miljoen euro wil bezuinigen op de kunsten. Dan horen we dat het Muziekcentrum van de omroep dreigt te worden afgeschaft, zodat onze meest bijzondere orkesten het moeten ontgelden. Om als klap op de vuurpijl te vernemen dat de BTW van toegangskaartjes voor de podiumkunsten met maar liefst dertien procent zal gaan stijgen. Er rest maar één vraag: waar gaat dit heen?

“Wat valt er nog in te burgeren als we onze eigen cultuur kapot maken?” Deze leus verscheen op een spandoek tijdens recente protesten tegen de bezuinigingsplannen in Den Haag. De woorden zijn o zo waar. We horen Wilders dag in dag uit klagen over immigratie en de Islam. Maar in plaats van te investeren in een juiste integratieaanpak, slaagt onze blonde politicus erin het wij/zij-gevoel almaar te vergroten. Er is in het Nederland van Rutte, Verhagen en gedoog-Wilders geen ruimte voor een gezamenlijke cultuur. Zij zien een belangrijk ding over het hoofd. De kracht van kunst en cultuur is enorm. En juist in een tijd als deze hebben we ze zo hard nodig.

Onze nieuwe toppolitici zijn niet de enigen die het nut van kunst en cultuur onderschatten. In mijn naaste omgeving hoor ik veelvuldig sceptische geluiden over de kunstsector. Veel mensen die zich niet dikwijls in de kunstwereld begeven zien haar nut niet direct in. Bij het woord theater denken ze aan Joop van de Ende en bij het woord schouwburg aan een stoffig imago en een bejaard elitepubliek. Ik probeer graag het tegendeel te bewijzen door deze mensen mee te nemen naar het theater, waar ze vaak ontdekken dat er op het podium totaal andere dingen ontstaan dan ze hadden verwacht. Geen commercie zoals in de grote musicals of saaie dialogen als in het conventionele toneel. Maar dingen die ontroeren, raken, verrassen, vermaken. Dingen die een nieuw licht op kwesties werpen en die saamhorigheid weten te brengen onder het publiek. En toch is het niet vreemd dat deze mensen niet gewend zijn naar het theater te gaan. De toegangsprijzen zorgen voor een drempel die zij niet snel over zullen gaan.

Ik kan alleen maar zeggen: laten we deze drempel niet nog hoger maken. Laten we juist investeren in een nieuw, jong publiek die de waarde van kunst zelf gaat ervaren. Laten we zoeken naar manieren om kunst naar de mensen te brengen. Laten we zorgen dat niet enkel de smaak van de elite wordt nageleefd, maar dat de kunsten voor ieder wat wils brengen. Laten we erkennen dat kunst en cultuur onmisbare onderdelen zijn van de Nederlandse samenleving. Laten we zoeken naar die gemeenschappelijke cultuur, die met dit nieuwe kabinet plotseling zover weg lijkt te zijn.

zondag 12 september 2010

Zwevende bejaarden in Silo 8

Exploserende gebouwen. Een knalgele hijskraan. Zwevende acteurs. Een luchtschip. Vuurwerk. Reusachtige zeecontainers. Silo 8 heeft het allemaal. Met deze voorstelling brengt Vis à Vis een openluchtvoorstelling die zonder twijfel spectaculair genoemd mag worden. De zaalwacht adviseert de toeschouwers om hoog op de tribune te gaan zitten om zich te wapenen tegen de kou. Het advies lijkt overbodig: de vele stunts en het sterk opgebouwde verhaal doen de kou binnen no time vergeten.

Vis à Vis maakt met haar nieuwste voorstelling een sprong naar het jaar 2032. We zien een groep bejaarden, die tracht te overleven in wat – zoals de naam van de show al zegt – sterk doet denken aan een opslagplaats. Bij binnenkomst worden de bejaarden onderworpen aan een sterk staaltje memory deleting, waarmee hun verleden in één klap uit het geheugen wordt verwijderd. Gebrainwashed worden ze in de groep geworpen, voor wie elke dag er hetzelfde uitziet. De oudjes ontvangen drie maaltijden per dag, die via een slang de monden in worden gepompt. Wanneer zuster Jessica wordt opgepiept, versnelt ze het eetproces simpelweg door de vlaflip en koffie niet na elkaar, maar tegelijkertijd naar binnen te knallen. Bij wijze van hygiëne worden de bejaarden aan een haak gehangen om vervolgens – als ware het auto’s – een wasstraat in getrokken te worden. Tussen de bedrijven door is er plaats voor korte creatieve inspanningen en voordrachten, maar let wel: wanneer de activiteiten te lang duren worden deze bruut afgekapt. Een gelijke tijdslimiet bestaat voor tijden van rouw: als je vrouw de pijp uit gaat, krijg je zo’n vijf minuutjes om te treuren, maar dan is het toch echt genoeg geweest.

Het moge duidelijk zijn: gezellig is het leven in Silo 8 niet. Vis à Vis maakt een fors statement over de toekomst van onze ouderen. Als we zo doorgaan, zo tonen zij, verandert de ouderenzorg in een fabriek waarin efficiëntie resulteert in mensonterende praktijken. Wanneer het bejaardentehuis aan het einde van de show in vlammen opgaat, rijst een vergelijking met de beelden van 9/11. Twee hoge torens storten één voor één volledig in. De manier waarop de bejaarden in Silo 8 onderdrukt worden, komt dan ook dicht in de buurt van terrorisme. Maar de oudjes vechten dapper terug. De kracht van hun herinneringen blijkt te sterk, en langzaam veranderen ze terug in mensen die zich niet laten dirigeren door de gefrustreerde Dokter Wolf.

De bekritisering van de ouderenzorg komt sterk uit de hoek. De originele, extreme en komische scènes zorgen voor een wrange lach die de ernst van de situatie pijnlijk duidelijk maakt. Hoe verder de voorstelling echter vordert; hoe meer de thematiek ondergesneeuwd raakt door het spektakel. Waar de spectaculaire taferelen in eerste instantie zorgden voor een versterking van het thema, slaagt Vis à Vis er steeds minder in om vorm en inhoud met elkaar te integreren. De visuele hoogstandjes komen meer en meer op zichzelf te staan, wat het publiek ertoe aanzet om als klapvee elke vorm van spektakel toe te juichen. Daarmee verandert de voorstelling langzamerhand in een circusshow waarin de artistieke inhoud van ondergeschikt belang is.

Qua spektakel is Silo 8 een absolute must see. Tel hier een bijzondere begeleiding bij op van de Almeerse brassband The Originals. Maar waar de muziek op uitmuntende wijze geïntegreerd is in het verhaal, wordt dit verhaal steeds meer overschaduwd door alle stunts en trucs die in de show worden uitgehaald. Heeft Vis à Vis een statement gemaakt? Het antwoord is ja. Dat de ouderenzorg een dubieuze toekomst te wachten staat is getoond. Dat herinneringen ongekend krachtig zijn ook. Maar de herinnering die de toeschouwers het meest bij zal blijven zijn het vuur en alle zwevende objecten. Bij de terugreis van het Almeerse strand zal het gros van hen de inhoudelijke lagen allang weer vergeten zijn. En, het moet gezegd, dat is jammer.