“Any news?”, zo vraagt de vader van Frits van Egters dagelijks aan zijn zoon, die daarop steevast antwoordt dat het slecht, maar verder goed gaat. De dialogen uit het boek ‘De Avonden’ van Gerard Reve zijn ijzersterk. Maar sterke dialogen geven geen garantie voor een goede vertolking op het toneel, zo blijkt uit de theaterbewerking van de literaire klassieker door Bos Theaterproducties. Alles wat het boek van Reve zo krachtig maakt, gaat in de regie van Léon van der Sanden volledig verloren.
Tien jaar geleden maakte Van der Sanden zijn eerste toneelbewerking van ‘De Avonden’. Een enscenering waarin de nadruk werd gelegd op de benauwdheid en eentonigheid van het leven na de Tweede Wereldoorlog, zoals ook in de beroemde roman van Reve centraal staat. Een leven waarin hoofdpersoon Frits van Egters gebukt gaat onder de bekrompenheid van zijn ouders, de verstikkende normen van de naoorlogse samenleving en de sobere leefomstandigheden. De uitvoering van Van der Sanden werd door zowel de pers als Reve zelf flink geprezen. De regisseur zou er slim aan gedaan hebben het bij dit succes te houden. Toch besloot hij zich aan een nieuwe bewerking te wagen. Een bewerking die de traagheid van het boek inruilt voor een snelle, cartooneske entourage. Eén die de plank volledig misslaat.
De personages van De Avonden worden in deze nieuwe versie neergezet als stripfiguren, die houterig over het toneel bewegen en weinig diepgang tonen. Onmiddellijk wordt hiermee een enorme afstand gecreëerd tussen spelers en publiek. De toeschouwers krijgen een observerende rol toebedeeld, waarin zij de levens van de verschillende personages van een afstandje kunnen aanschouwen. Het wordt hen onmogelijk gemaakt om op eniger wijze verbondenheid of sympathie voor de karakters te voelen. Van der Sanden lijkt de wereld van de familie Van Egters vooral te willen bespotten. Maar ook hier slaagt hij weinig in: de slapstickachtige humor komt na de pauze pas enigszins van de grond, maar blijft vooral steken in de flauwe grappen. Voorzichtig klinkt af en toe een lach uit het publiek, maar echt komisch wordt het nergens.
De toeschouwers krijgen weinig kans iets te voelen bij de wereld die aan hen gepresenteerd wordt. Wie op zoek gaat naar de noodzaak van deze nieuwe enscenering, tast in het duister. Van der Sanden lijkt de hele voorstelling zoekende te zijn. De mooie teksten van Reve gaan verloren in de snelle, oppervlakkige scènes die bol staan van overdreven spel en intonatie. Waar nog een grote potentie schuilt in de ironie van het hoofdpersonage, komt zijn karakter nergens tot zijn recht: we zien vooral de acteur Thomas Cammaert die hard zijn best doet een personage neer te zetten. Als al snel blijkt dat dit alles is wat het publiek te zien krijgt, slaat de verveling toe. En dan duren de 2,5 uur die deze voorstelling bestrijkt, ineens wel heel erg lang.
zaterdag 30 oktober 2010
zondag 24 oktober 2010
Welkom bij de vernietiging van onze eigen cultuur
Dat we in een economische crisis verkeren is duidelijk. Dat we een weg moeten vinden om hieruit te geraken ook. Er zullen klappen moeten vallen. Overal, dus ook in de kunst- en cultuursector. Een logisch verhaal. Maar dat de kunsten zo hardhandig aangepakt gaan worden doet mij de broek afzakken. Eerst wordt al aangekondigd dat het nieuwe kabinet 200 miljoen euro wil bezuinigen op de kunsten. Dan horen we dat het Muziekcentrum van de omroep dreigt te worden afgeschaft, zodat onze meest bijzondere orkesten het moeten ontgelden. Om als klap op de vuurpijl te vernemen dat de BTW van toegangskaartjes voor de podiumkunsten met maar liefst dertien procent zal gaan stijgen. Er rest maar één vraag: waar gaat dit heen?
“Wat valt er nog in te burgeren als we onze eigen cultuur kapot maken?” Deze leus verscheen op een spandoek tijdens recente protesten tegen de bezuinigingsplannen in Den Haag. De woorden zijn o zo waar. We horen Wilders dag in dag uit klagen over immigratie en de Islam. Maar in plaats van te investeren in een juiste integratieaanpak, slaagt onze blonde politicus erin het wij/zij-gevoel almaar te vergroten. Er is in het Nederland van Rutte, Verhagen en gedoog-Wilders geen ruimte voor een gezamenlijke cultuur. Zij zien een belangrijk ding over het hoofd. De kracht van kunst en cultuur is enorm. En juist in een tijd als deze hebben we ze zo hard nodig.
Onze nieuwe toppolitici zijn niet de enigen die het nut van kunst en cultuur onderschatten. In mijn naaste omgeving hoor ik veelvuldig sceptische geluiden over de kunstsector. Veel mensen die zich niet dikwijls in de kunstwereld begeven zien haar nut niet direct in. Bij het woord theater denken ze aan Joop van de Ende en bij het woord schouwburg aan een stoffig imago en een bejaard elitepubliek. Ik probeer graag het tegendeel te bewijzen door deze mensen mee te nemen naar het theater, waar ze vaak ontdekken dat er op het podium totaal andere dingen ontstaan dan ze hadden verwacht. Geen commercie zoals in de grote musicals of saaie dialogen als in het conventionele toneel. Maar dingen die ontroeren, raken, verrassen, vermaken. Dingen die een nieuw licht op kwesties werpen en die saamhorigheid weten te brengen onder het publiek. En toch is het niet vreemd dat deze mensen niet gewend zijn naar het theater te gaan. De toegangsprijzen zorgen voor een drempel die zij niet snel over zullen gaan.
Ik kan alleen maar zeggen: laten we deze drempel niet nog hoger maken. Laten we juist investeren in een nieuw, jong publiek die de waarde van kunst zelf gaat ervaren. Laten we zoeken naar manieren om kunst naar de mensen te brengen. Laten we zorgen dat niet enkel de smaak van de elite wordt nageleefd, maar dat de kunsten voor ieder wat wils brengen. Laten we erkennen dat kunst en cultuur onmisbare onderdelen zijn van de Nederlandse samenleving. Laten we zoeken naar die gemeenschappelijke cultuur, die met dit nieuwe kabinet plotseling zover weg lijkt te zijn.
“Wat valt er nog in te burgeren als we onze eigen cultuur kapot maken?” Deze leus verscheen op een spandoek tijdens recente protesten tegen de bezuinigingsplannen in Den Haag. De woorden zijn o zo waar. We horen Wilders dag in dag uit klagen over immigratie en de Islam. Maar in plaats van te investeren in een juiste integratieaanpak, slaagt onze blonde politicus erin het wij/zij-gevoel almaar te vergroten. Er is in het Nederland van Rutte, Verhagen en gedoog-Wilders geen ruimte voor een gezamenlijke cultuur. Zij zien een belangrijk ding over het hoofd. De kracht van kunst en cultuur is enorm. En juist in een tijd als deze hebben we ze zo hard nodig.
Onze nieuwe toppolitici zijn niet de enigen die het nut van kunst en cultuur onderschatten. In mijn naaste omgeving hoor ik veelvuldig sceptische geluiden over de kunstsector. Veel mensen die zich niet dikwijls in de kunstwereld begeven zien haar nut niet direct in. Bij het woord theater denken ze aan Joop van de Ende en bij het woord schouwburg aan een stoffig imago en een bejaard elitepubliek. Ik probeer graag het tegendeel te bewijzen door deze mensen mee te nemen naar het theater, waar ze vaak ontdekken dat er op het podium totaal andere dingen ontstaan dan ze hadden verwacht. Geen commercie zoals in de grote musicals of saaie dialogen als in het conventionele toneel. Maar dingen die ontroeren, raken, verrassen, vermaken. Dingen die een nieuw licht op kwesties werpen en die saamhorigheid weten te brengen onder het publiek. En toch is het niet vreemd dat deze mensen niet gewend zijn naar het theater te gaan. De toegangsprijzen zorgen voor een drempel die zij niet snel over zullen gaan.
Ik kan alleen maar zeggen: laten we deze drempel niet nog hoger maken. Laten we juist investeren in een nieuw, jong publiek die de waarde van kunst zelf gaat ervaren. Laten we zoeken naar manieren om kunst naar de mensen te brengen. Laten we zorgen dat niet enkel de smaak van de elite wordt nageleefd, maar dat de kunsten voor ieder wat wils brengen. Laten we erkennen dat kunst en cultuur onmisbare onderdelen zijn van de Nederlandse samenleving. Laten we zoeken naar die gemeenschappelijke cultuur, die met dit nieuwe kabinet plotseling zover weg lijkt te zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)