Toneelklassieker ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf’ won in 2007 de Toneel Publieksprijs in regie van Gerardjan Rijnders. Niet zonder reden, zo is opnieuw te zien in het DeLaMar Theater waar de voorstelling van Hummelinck Stuurman wekenlang haar reprise beleeft.
Het is zaterdagnacht. Martha en George komen thuis van een feestje op de universiteit, waar George werkt op de faculteit geschiedenis. Thuis gekomen denkt hij te kunnen gaan genieten van zijn nachtrust, totdat – verrassing! – het jonge stel Nick en Liefje op de stoep staat, uitgenodigd door vrouwlief Martha. Leuk, zo’n beslissing die buiten je medeweten wordt genomen. Het blijkt de trend te zijn in dit zogenaamd gelukkige huwelijk. Deze avond vloeit de drank rijkelijk en al snel blijken de relaties van zowel het oude als het jonge koppel op vele leugens en illusies gebaseerd te zijn. Er wordt gebekvecht, geschreeuwd, gespot, gekwetst en het ene psychologische spelletje volgt het andere op. Een huwelijkstragedie in haar bitterste vorm.
Olga Zuiderhoek speelt een briljante uitvoering van Martha, die haar man met scherpe en valse opmerkingen volledig de grond in boort. Maar degene die werkelijk de touwtjes in handen heeft is George, in een waanzinnige vertolking van Porgy Franssen. Hoewel de man een wat verstrooide en nonchalante indruk maakt, blijkt iedere zin haarscherp geformuleerd en domineert hij een groot deel van de avond. Twee weerzinwekkende personages, waarachter een hoop verbittering en verdriet schuil gaat. Het jonge stel is al niet veel beter. De veelbelovende hoogleraar Nick en zijn niet al te intelligente Liefje zijn hard op weg om hun huwelijk de afgrond in te richten en elkaar het leven net zo zuur te maken als Martha en George. Gezellig zal het niet worden.
Edward Albee schreef zijn beroemde toneeltekst in 1962. Het is een tekst van alle tijden, zo blijkt maar weer uit deze uitvoering. Al zouden mensen als George en Martha in de huidige tijd al lang in een scheiding liggen, tussen hen speelt zich een relatiedrama af dat nog altijd zeer herkenbaar is. De twee koppels in deze voorstelling doen geen enkele moeite om voor hun relatie te vechten. Langzaam maar zeker maken ze elkaar af. De echtgenoten voeren niet enkel een toneelstuk naar de buitenwereld op, maar gerust ook naar elkaar. Aan het einde van de voorstelling valt het spel, dat Martha en George jarenlang samen hebben gespeeld, keihard in duigen. Een verbluffende ontknoping, die pijnlijk duidelijk maakt hoe hard mensen elkaar voor de gek kunnen houden.
Rijnders heeft de kracht van Albee’s tekst sterk weten uit te buiten. Binnen een simpele vormgeving ligt de nadruk op de spitsvondige teksten, die met een ijzersterke timing en goed uitgediepte personages helemaal tot hun recht komen. De keurige huiskamersetting – met twee leren banken, een stapel boeken en een enorme deurbel – vormt een mooi contrast met de absurdistische dialogen. De sjiek geklede personages laten langzaam maar zeker alle sociale codes varen. Dit levert niet enkel zware scènes maar vooral ook hilarische momenten op. Zuiderhoek en Franssen leven zich volledig uit in de zwartgallige grappen, die elkaar in hoog tempo opvolgen. De lach wordt almaar wranger naarmate de personages de realiteit onder ogen moeten komen en de avond verder ontspoort.
Is de vertolking van Rijnders vernieuwend? Waarschijnlijk luidt het antwoord nee. Voor wie Rijnders kent als belangrijke theatervernieuwer, zal deze uitvoering wellicht wat teleurstellen. Maar wat maakt het uit? Een tekst als deze is zo goed en tijdloos dat het enkel om een regisseur vraagt die de woorden op een spannende manier tot leven brengt. En dat doet Rijnders als geen ander. Misschien niet zo gedurfd, maar wel ontzettend goed.
maandag 3 oktober 2011
maandag 5 september 2011
Nieuwe cast in het slagveld van Soldaat van Oranje
Op 31 augustus, de geboortedag van Koningin Wilhelmina, vierde Soldaat van Oranje haar tweede première met een grotendeels nieuwe cast. De musical – die deze avond haar driehonderdste voorstelling speelde – is wegens succes verlengd.
Soldaat van Oranje vertelt het waargebeurde verhaal van Erik Hazelhoff, die zijn onbezorgde studentenleven inruilt voor een heldhaftige tijd als verzetsstrijder wanneer de Tweede Wereldoorlog aanbreekt. Een heftig verhaal, dat eerder prachtig werd verfilmd door Paul Verhoeven. In deze musicalversie verdwijnt de rouwe oorlogssfeer een tikkeltje onder de gelikte liedjes en ietwat statische karakters. De confronterende archiefbeelden uit de oorlog, die tussen de scènes door op de wanden worden geprojecteerd, staan in schril contrast met de meer melodramatische sfeer die door de personages op het podium wordt gecreëerd.
Het melodrama past bij het doel van regisseur Theu Boermans om van deze musical geen “ronkend oorlogsverhaal” te maken, maar het thema van het boek uit te diepen. Toch slaagt hij er maar gedeeltelijk in om de motieven van de personages, die zo belangrijk zijn om de dieperliggende thematiek voelbaar te maken, naar boven te halen. Met name voor de pauze blijft het verhaal een wat vlakke opsomming van gebeurtenissen, waarbij de dilemma’s van de hoofdpersonen onvoldoende belicht worden. Gelukkig wordt een hoop goed gemaakt in de tweede helft van de voorstelling. Ineens komen de personages tot leven, zien we meer van hun motieven, emoties en ontwikkeling, en treedt de ernst van het verhaal naar de voorgrond. De voorstelling wint direct aan karakter.
Karakter heeft deze musical des te meer doordat ze technische hoogstandjes bevat die nog niet eerder in het theater zijn vertoond. Een ronddraaiende tribune geeft het publiek inkijk in de meest indrukwekkende decors als een verenigingssociëteit, een koninklijk paleis, een landingsbaan met heuse Dakota en zelfs een volledige zee inclusief golven en brede horizon. Dat de voorstelling inhoudelijk gezien niet overal even sterk is, wordt snel vergeten door dit overweldigende schouwspel dat het publiek onderdompelt in de wereld van Erik Hazelhoff. De makers slagen erin om de musical niet tot een spektakelvoorstelling te laten verworden, maar de effecten in dienst te stellen van het verhaal. En dat is knap.
De nieuwe cast weet de grote zaal zonder enkele moeite te bespelen. Ondanks het gebrek aan karakterontwikkeling is er genoeg oog voor detail om het acteerwerk spannend te houden. Hier zit echter ook een crux: er is duidelijk gekozen voor zingende acteurs, waardoor de zang ver achter blijft op het spel. De weinig opzwepende composities werken bovendien weinig mee om de stemmen de zaal in te dragen. Toch weten met name Julian Looman en Linde van den Heuvel te imponeren als Soldaat van Oranje en zijn vriendin Charlotte. Het succes van Soldaat van Oranje lijkt met de nieuwe cast opnieuw een feit.
De waanzinnige decors en sterke acteurs maken deze musical tot een ware theaterbeleving. De vraag is of het belang en de complexiteit van dit oorlogsverhaal voldoende tot hun recht komen om echte geschiedenis te schrijven. Maar de vondsten op het gebied van vormgeving doen dit absoluut.
Soldaat van Oranje vertelt het waargebeurde verhaal van Erik Hazelhoff, die zijn onbezorgde studentenleven inruilt voor een heldhaftige tijd als verzetsstrijder wanneer de Tweede Wereldoorlog aanbreekt. Een heftig verhaal, dat eerder prachtig werd verfilmd door Paul Verhoeven. In deze musicalversie verdwijnt de rouwe oorlogssfeer een tikkeltje onder de gelikte liedjes en ietwat statische karakters. De confronterende archiefbeelden uit de oorlog, die tussen de scènes door op de wanden worden geprojecteerd, staan in schril contrast met de meer melodramatische sfeer die door de personages op het podium wordt gecreëerd.
Het melodrama past bij het doel van regisseur Theu Boermans om van deze musical geen “ronkend oorlogsverhaal” te maken, maar het thema van het boek uit te diepen. Toch slaagt hij er maar gedeeltelijk in om de motieven van de personages, die zo belangrijk zijn om de dieperliggende thematiek voelbaar te maken, naar boven te halen. Met name voor de pauze blijft het verhaal een wat vlakke opsomming van gebeurtenissen, waarbij de dilemma’s van de hoofdpersonen onvoldoende belicht worden. Gelukkig wordt een hoop goed gemaakt in de tweede helft van de voorstelling. Ineens komen de personages tot leven, zien we meer van hun motieven, emoties en ontwikkeling, en treedt de ernst van het verhaal naar de voorgrond. De voorstelling wint direct aan karakter.
Karakter heeft deze musical des te meer doordat ze technische hoogstandjes bevat die nog niet eerder in het theater zijn vertoond. Een ronddraaiende tribune geeft het publiek inkijk in de meest indrukwekkende decors als een verenigingssociëteit, een koninklijk paleis, een landingsbaan met heuse Dakota en zelfs een volledige zee inclusief golven en brede horizon. Dat de voorstelling inhoudelijk gezien niet overal even sterk is, wordt snel vergeten door dit overweldigende schouwspel dat het publiek onderdompelt in de wereld van Erik Hazelhoff. De makers slagen erin om de musical niet tot een spektakelvoorstelling te laten verworden, maar de effecten in dienst te stellen van het verhaal. En dat is knap.
De nieuwe cast weet de grote zaal zonder enkele moeite te bespelen. Ondanks het gebrek aan karakterontwikkeling is er genoeg oog voor detail om het acteerwerk spannend te houden. Hier zit echter ook een crux: er is duidelijk gekozen voor zingende acteurs, waardoor de zang ver achter blijft op het spel. De weinig opzwepende composities werken bovendien weinig mee om de stemmen de zaal in te dragen. Toch weten met name Julian Looman en Linde van den Heuvel te imponeren als Soldaat van Oranje en zijn vriendin Charlotte. Het succes van Soldaat van Oranje lijkt met de nieuwe cast opnieuw een feit.
De waanzinnige decors en sterke acteurs maken deze musical tot een ware theaterbeleving. De vraag is of het belang en de complexiteit van dit oorlogsverhaal voldoende tot hun recht komen om echte geschiedenis te schrijven. Maar de vondsten op het gebied van vormgeving doen dit absoluut.
zondag 19 juni 2011
Persoonlijke ontmoetingen op Festival aan de Werf
Het kan weinigen zijn ontgaan: voor de 26e keer werd Utrecht in mei tien dagen lang gedomineerd door Festival aan de Werf. De grote witte muur op De Neude, ook wel de ‘Walk-on-Wall’ genoemd, trok veel aandacht. Door sommigen bestempeld als lelijk en weinig uitnodigend, door anderen dankbaar aangehaald om de graffitibussen uit de kast te trekken en een stukje persoonlijk schoon achter te laten. De leuzen en tekeningen op de muur sloten mooi aan bij het thema van dit jaar: ‘Take it personal’. Niet alleen het publiciteitsmateriaal kwam volledig tot stand met behulp van persoonlijke uitspattingen van het publiek; ook de theatergroepen brachten voorstellingen die allen onder de noemer persoonlijk geplaatst konden worden. Aan het publiek de schone taak om de voorstellingen op hun beurt weer persoonlijk te ontvangen.
Het overkoepelende thema van het festival was zowel haar kracht alsook haar zwakte. Het publiek weet bij Festival aan de Werf waar het aan toe is en dat is fijn. Geen toegankelijk, lichtvoetig theater; wel inspirerende, spannende en experimentele voorstellingen die vaak dicht op de huid worden gespeeld. Disciplines komen samen en unieke ervaringen worden tot stand gebracht. Op het festival komen veel theaterliefhebbers af die maar al te bereid zijn zich onder te dompelen in de programmering en deze persoonlijk te maken. ‘Take it personal’ was dan ook een slim gekozen motto dat een duidelijke stempel op het festival drukte.
Niettemin leek de programmering dit jaar wat onder het gekozen thema te lijden. Het idee dat theatermakers persoonlijk theater brengen lijkt leuk. Maar de vraag is of ze vervolgens genoeg ruimte overlaten voor het publiek om de voorstellingen naar zich toe te trekken. Het antwoord was in veel gevallen nee. Sommige performances op het festival waren zo persoonlijk dat ze ijdel of simpelweg vervelend werden. De passie van de een is de passie van de ander niet. Een fascinatie van een theatermaker levert dan ook niet automatisch een interessante voorstelling op.
Zo was er de voorstelling ‘Susan and Darren’ van Quarantine en Company Fierce. Een aandoenlijke voorstelling waarin een danser samen met zijn moeder, die normaal gesproken schoonmaakt, op het podium staat. Intiem theater dat mooie verhalen brengt, maar niet duidelijk maakt waarom het de toeschouwer naar deze uiterst persoonlijke verhalen laat luisteren. Want hoewel de performers veel sympathie opwekken, slagen zij er niet in hun levensverhaal naar een bredere context te trekken. Voor nadere invulling van het publiek is dan ook weinig ruimte.
Hetzelfde geldt voor ‘Hell on earth’ van Dorkypark. Choreograaf Constanza Macras bracht een aantal jongeren uit een Berlijnse achterstandswijk tezamen met enkele professionele dansers. Veel potentie om een actuele en spannende voorstelling te brengen. Zij het niet dat de verhalen van de jongeren nauwelijks uit de verf komen en Macras bovendien weinig sterke theatrale middelen inzet om de voorstelling tot een succes te maken. De jongeren kunnen simpelweg niet dansen en zingen, wat nauwelijks wordt gecompenseerd met de korte choreografieën van de profs. Uiteindelijk krijgt het publiek enkel oppervlakkige verhalen van de jongeren te horen en kijkt het anderhalf uur lang naar weinig opzwepende scènes.
Gelukkig zijn er ook nog theatermakers die het thema wel hebben begrepen. Zo besloten vijf jonge acteurs van De Warme Winkel hun persoonlijke ervaringen met naturisme te gebruiken in de voorstelling ‘Viva la naturisteraçion!’. Zij maken het persoonlijke niet tot een voorstelling, maar gebruiken het als inspiratiebron. En dat werkt. De voorstelling brengt een (naakt)onderzoek naar de vraag of het mogelijk is één te worden met de natuur. Met zowel humor als confrontatie laten de spelers zien dat onze consumptiemaatschappij een verbintenis met de natuur ernstig bemoeilijkt. Zoals deze acteurs hun fascinatie voor naturisme naar een bredere context weten te trekken, slaagt ook Gisèle Vienne er moeiteloos in haar passie voor ‘suspense’ over te dragen op haar publiek. Vienne bewijst met ‘This is how you will disappear’ dat thriller en horror niet enkel filmgenres zijn. Met een decor van mist, bomen en echte roofvogels, snerpende muziek en een sublieme, dreigende speelstijl weet zij geen toeschouwer onberoerd te laten.
Het is toe te juichen dat Festival aan de Werf kiest voor een duidelijke stijl met een editiespecifiek thema. Een thema dat in sommige gevallen matig en in andere gevallen zeer goed heeft uitgepakt. Wanneer de theatergroep genoeg ruimte overlaat voor het publiek om de voorstelling persoonlijk te maken, ontstaat er een unieke ontmoeting tussen maker en toeschouwer. Even delen zij een bepaalde fascinatie, een bepaald gevoel, een bepaalde werkelijkheid. Het zijn deze persoonlijke ontmoetingen die het theater zo bijzonder maken.
Het overkoepelende thema van het festival was zowel haar kracht alsook haar zwakte. Het publiek weet bij Festival aan de Werf waar het aan toe is en dat is fijn. Geen toegankelijk, lichtvoetig theater; wel inspirerende, spannende en experimentele voorstellingen die vaak dicht op de huid worden gespeeld. Disciplines komen samen en unieke ervaringen worden tot stand gebracht. Op het festival komen veel theaterliefhebbers af die maar al te bereid zijn zich onder te dompelen in de programmering en deze persoonlijk te maken. ‘Take it personal’ was dan ook een slim gekozen motto dat een duidelijke stempel op het festival drukte.
Niettemin leek de programmering dit jaar wat onder het gekozen thema te lijden. Het idee dat theatermakers persoonlijk theater brengen lijkt leuk. Maar de vraag is of ze vervolgens genoeg ruimte overlaten voor het publiek om de voorstellingen naar zich toe te trekken. Het antwoord was in veel gevallen nee. Sommige performances op het festival waren zo persoonlijk dat ze ijdel of simpelweg vervelend werden. De passie van de een is de passie van de ander niet. Een fascinatie van een theatermaker levert dan ook niet automatisch een interessante voorstelling op.
Zo was er de voorstelling ‘Susan and Darren’ van Quarantine en Company Fierce. Een aandoenlijke voorstelling waarin een danser samen met zijn moeder, die normaal gesproken schoonmaakt, op het podium staat. Intiem theater dat mooie verhalen brengt, maar niet duidelijk maakt waarom het de toeschouwer naar deze uiterst persoonlijke verhalen laat luisteren. Want hoewel de performers veel sympathie opwekken, slagen zij er niet in hun levensverhaal naar een bredere context te trekken. Voor nadere invulling van het publiek is dan ook weinig ruimte.
Hetzelfde geldt voor ‘Hell on earth’ van Dorkypark. Choreograaf Constanza Macras bracht een aantal jongeren uit een Berlijnse achterstandswijk tezamen met enkele professionele dansers. Veel potentie om een actuele en spannende voorstelling te brengen. Zij het niet dat de verhalen van de jongeren nauwelijks uit de verf komen en Macras bovendien weinig sterke theatrale middelen inzet om de voorstelling tot een succes te maken. De jongeren kunnen simpelweg niet dansen en zingen, wat nauwelijks wordt gecompenseerd met de korte choreografieën van de profs. Uiteindelijk krijgt het publiek enkel oppervlakkige verhalen van de jongeren te horen en kijkt het anderhalf uur lang naar weinig opzwepende scènes.
Gelukkig zijn er ook nog theatermakers die het thema wel hebben begrepen. Zo besloten vijf jonge acteurs van De Warme Winkel hun persoonlijke ervaringen met naturisme te gebruiken in de voorstelling ‘Viva la naturisteraçion!’. Zij maken het persoonlijke niet tot een voorstelling, maar gebruiken het als inspiratiebron. En dat werkt. De voorstelling brengt een (naakt)onderzoek naar de vraag of het mogelijk is één te worden met de natuur. Met zowel humor als confrontatie laten de spelers zien dat onze consumptiemaatschappij een verbintenis met de natuur ernstig bemoeilijkt. Zoals deze acteurs hun fascinatie voor naturisme naar een bredere context weten te trekken, slaagt ook Gisèle Vienne er moeiteloos in haar passie voor ‘suspense’ over te dragen op haar publiek. Vienne bewijst met ‘This is how you will disappear’ dat thriller en horror niet enkel filmgenres zijn. Met een decor van mist, bomen en echte roofvogels, snerpende muziek en een sublieme, dreigende speelstijl weet zij geen toeschouwer onberoerd te laten.
Het is toe te juichen dat Festival aan de Werf kiest voor een duidelijke stijl met een editiespecifiek thema. Een thema dat in sommige gevallen matig en in andere gevallen zeer goed heeft uitgepakt. Wanneer de theatergroep genoeg ruimte overlaat voor het publiek om de voorstelling persoonlijk te maken, ontstaat er een unieke ontmoeting tussen maker en toeschouwer. Even delen zij een bepaalde fascinatie, een bepaald gevoel, een bepaalde werkelijkheid. Het zijn deze persoonlijke ontmoetingen die het theater zo bijzonder maken.
zaterdag 29 januari 2011
Clichématige losers in voorstelling Noord
Rutger Kroon en Joachim Robbrecht van theatergroep Monk schreven de voorstelling ‘Noord’. Ze baseerden zich op de gedachte van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline dat de Tweede Wereldoorlog nooit helemaal afgelopen is. Tegenwoordig moet je immers geen gekke dingen doen, anders zou je zomaar een doodsbedreiging kunnen ontvangen. Zo blijkt wel uit het verhaal van de hoofdpersoon van dit stuk. Een sterk uitgangspunt; een minder sterke voorstelling.
De beroemde schrijver Bas van Tiggelen ontvlucht Nederland na een serie doodsbedreigingen. Hij zoekt onderdak bij zijn jeugdvriendin Antoinette, die samen met haar man een royaal onderkomen in Finland bezit. Ze nemen gezellig plaats op een met dierenvellen bedekte bank. In de hoek van de bank vinden we ook nog de opa des huizes, die bij de SS heeft gezeten, en Debora, het domme blondje dat Bas onderweg hier naartoe heeft opgepikt. Er wordt druk geconverseerd, waarbij met name Antoinette zich flink laat gelden met uitlatingen over haar aandelen, haar eco-projectjes, idealisme, negers en natuurlijk geld.
‘Noord’ vormt het tweede deel van ‘Soybomb’, een serie over tegencultuur waarmee Monk een stem wil geven aan meelopers en underdogs. In opzet is Noord wat dat betreft geslaagd. Op het podium staan vijf antihelden, de een nog vervelender dan de ander. Opa hangt apathisch en roggelend op de bank met naast hem de hysterische Antoinette die enkel clichés uitbraakt, terwijl haar man Piet Hein met een jachtgeweer over haar waakt. Onderwijl loert hij stiekem naar de domme blondine die zogenaamd sexy poses aanneemt op een kleedje om de aandacht van schrijver Bas te trekken. Deze is op zijn beurt drukker met het schrijven van slechte, beledigende teksten.
Vijf vervelende mensen met vervelende gesprekken. Ze proberen komisch te zijn, maar de grappen blijven voortdurend in de lucht hangen. De scènes zijn flauw en clichématig. De personages worden dermate oppervlakkig neergezet dat de voorstelling nergens interessant wordt. Eva Duijvestein weet als Antoinette nu en dan nog wat te imponeren, maar haar podiumgenoten vervelen al snel. De voorstelling lijkt nog even interessant te worden op de momenten dat Céline’s gedachtegoed impliciet voorbij komt in de gesprekken. Maar de ongeloofwaardige setting belemmert de toeschouwer zich daadwerkelijk aangesproken te voelen door de thematiek die hier wordt aangestipt.
Kroon en Robbrecht lijken teveel op twee gedachten te hebben gehinkt bij het maken van deze voorstelling. Enerzijds willen ze een punt maken over actuele, ideologische conflicten die verdacht veel op oorlog lijken. Anderzijds willen ze een wereld laten zien van tegencultuur. Deze twee doelen lijken niet met elkaar te rijmen. Want de losers die worden neergezet zijn zo vervelend, dat ze niet in staat zijn een beklijvend punt te maken over de wereld waarin we leven. En dat is, op zijn zachtst gezegd, spijtig.
De beroemde schrijver Bas van Tiggelen ontvlucht Nederland na een serie doodsbedreigingen. Hij zoekt onderdak bij zijn jeugdvriendin Antoinette, die samen met haar man een royaal onderkomen in Finland bezit. Ze nemen gezellig plaats op een met dierenvellen bedekte bank. In de hoek van de bank vinden we ook nog de opa des huizes, die bij de SS heeft gezeten, en Debora, het domme blondje dat Bas onderweg hier naartoe heeft opgepikt. Er wordt druk geconverseerd, waarbij met name Antoinette zich flink laat gelden met uitlatingen over haar aandelen, haar eco-projectjes, idealisme, negers en natuurlijk geld.
‘Noord’ vormt het tweede deel van ‘Soybomb’, een serie over tegencultuur waarmee Monk een stem wil geven aan meelopers en underdogs. In opzet is Noord wat dat betreft geslaagd. Op het podium staan vijf antihelden, de een nog vervelender dan de ander. Opa hangt apathisch en roggelend op de bank met naast hem de hysterische Antoinette die enkel clichés uitbraakt, terwijl haar man Piet Hein met een jachtgeweer over haar waakt. Onderwijl loert hij stiekem naar de domme blondine die zogenaamd sexy poses aanneemt op een kleedje om de aandacht van schrijver Bas te trekken. Deze is op zijn beurt drukker met het schrijven van slechte, beledigende teksten.
Vijf vervelende mensen met vervelende gesprekken. Ze proberen komisch te zijn, maar de grappen blijven voortdurend in de lucht hangen. De scènes zijn flauw en clichématig. De personages worden dermate oppervlakkig neergezet dat de voorstelling nergens interessant wordt. Eva Duijvestein weet als Antoinette nu en dan nog wat te imponeren, maar haar podiumgenoten vervelen al snel. De voorstelling lijkt nog even interessant te worden op de momenten dat Céline’s gedachtegoed impliciet voorbij komt in de gesprekken. Maar de ongeloofwaardige setting belemmert de toeschouwer zich daadwerkelijk aangesproken te voelen door de thematiek die hier wordt aangestipt.
Kroon en Robbrecht lijken teveel op twee gedachten te hebben gehinkt bij het maken van deze voorstelling. Enerzijds willen ze een punt maken over actuele, ideologische conflicten die verdacht veel op oorlog lijken. Anderzijds willen ze een wereld laten zien van tegencultuur. Deze twee doelen lijken niet met elkaar te rijmen. Want de losers die worden neergezet zijn zo vervelend, dat ze niet in staat zijn een beklijvend punt te maken over de wereld waarin we leven. En dat is, op zijn zachtst gezegd, spijtig.
dinsdag 25 januari 2011
Bambie 15: Komische hebzucht
Vijf smalle huisjes met onmogelijk kleine deurtjes en raampjes, en al even kleine tuintjes. Twee vrouwen, drie mannen, allen netjes gekleed. Het lijkt de ultieme setting voor een wereld van fatsoen. Maar schijn bedriegt. Lieve glimlachen en grote clownsneuzen zijn niet in staat de hebzucht van deze buren te verhullen. Bambie 15 gaat over stelen. Over bezit dat nooit genoeg is.
Bambie 15, voor het eerst met oprichter Jochem Stavenuiter in de regie, start feestelijk. Eén van de bewoners van deze kleine herenstraat is namelijk jarig. Dus overladen de buren hem met cadeaus. Een wit schaaltje, een blauwe thermofles, een afstandsbediening zonder televisie, of een handige keukentrap. Cadeaus waar je U tegen zegt. Dus willen de buren al dat moois ook wel hebben. Op slinkse wijze kapen ze de giften van elkaar weg. De scène mondt uit in een totale chaos waarin de personages zoveel mogelijk spullen door hun smalle deuren proberen te proppen. En wanneer de spullen op zijn, beginnen ze gewoon maar elkaars kleren van het lijf te rukken.
Mimegroep Bambie blinkt uit in het fysiek toonbaar maken van menselijk gedrag. Dit doen ze doorgaans op uiterst geestige wijze. Bambie 15 vormt daar geen uitzondering op. De manier waarop de hoofdpersonen steeds weer verlangen naar iets van de ander en dit vervolgens met bruut geweld naar zich toetrekken, is herkenbaar en hilarisch. Toch zakt de komische lijn in de loop van de voorstelling enigszins in. De thematiek is bij aanvang direct helder en weet zich nauwelijks te ontwikkelen. Hoewel de voorstelling vele briljante vondsten kent, weten de acteurs op inhoudelijk niveau weinig te verrassen. We zien hoe ze van elkaar stelen, en nog eens, en nog maar eens.
Stavenuiter speelt met deze voorstelling in op een belangrijke ontwikkeling. In een tijd waarin ieders leven steeds meer open en bloot komt te liggen, vervagen de grenzen van persoonlijk bezit. Stavenuiter weet op krachtige wijze te verbeelden hoe ver mensen gaan in hun hebzucht. Hij toont menselijke verlangens naar geld, naar spullen, naar liefde. Een oneindige hunkering naar meer.
Visueel gezien is Bambie 15 een hoogstandje. Er worden aan de lopende band krachtige beelden gecreëerd, die ook nog eens veelzeggend en geestig zijn. Voor een eerste regie mag Stavenuiter zichzelf op de schouder kloppen. Maar ja, ook een theaterpubliek verlangt naar meer. Dus om aan deze verlangens tegemoet te komen, zou Stavenuiter meer kunnen zoeken naar extremen en verrassingen. Als hij die weg als regisseur in durft te slaan, staat het Bambie-publiek nog vele mooie regies te wachten.
Bambie 15, voor het eerst met oprichter Jochem Stavenuiter in de regie, start feestelijk. Eén van de bewoners van deze kleine herenstraat is namelijk jarig. Dus overladen de buren hem met cadeaus. Een wit schaaltje, een blauwe thermofles, een afstandsbediening zonder televisie, of een handige keukentrap. Cadeaus waar je U tegen zegt. Dus willen de buren al dat moois ook wel hebben. Op slinkse wijze kapen ze de giften van elkaar weg. De scène mondt uit in een totale chaos waarin de personages zoveel mogelijk spullen door hun smalle deuren proberen te proppen. En wanneer de spullen op zijn, beginnen ze gewoon maar elkaars kleren van het lijf te rukken.
Mimegroep Bambie blinkt uit in het fysiek toonbaar maken van menselijk gedrag. Dit doen ze doorgaans op uiterst geestige wijze. Bambie 15 vormt daar geen uitzondering op. De manier waarop de hoofdpersonen steeds weer verlangen naar iets van de ander en dit vervolgens met bruut geweld naar zich toetrekken, is herkenbaar en hilarisch. Toch zakt de komische lijn in de loop van de voorstelling enigszins in. De thematiek is bij aanvang direct helder en weet zich nauwelijks te ontwikkelen. Hoewel de voorstelling vele briljante vondsten kent, weten de acteurs op inhoudelijk niveau weinig te verrassen. We zien hoe ze van elkaar stelen, en nog eens, en nog maar eens.
Stavenuiter speelt met deze voorstelling in op een belangrijke ontwikkeling. In een tijd waarin ieders leven steeds meer open en bloot komt te liggen, vervagen de grenzen van persoonlijk bezit. Stavenuiter weet op krachtige wijze te verbeelden hoe ver mensen gaan in hun hebzucht. Hij toont menselijke verlangens naar geld, naar spullen, naar liefde. Een oneindige hunkering naar meer.
Visueel gezien is Bambie 15 een hoogstandje. Er worden aan de lopende band krachtige beelden gecreëerd, die ook nog eens veelzeggend en geestig zijn. Voor een eerste regie mag Stavenuiter zichzelf op de schouder kloppen. Maar ja, ook een theaterpubliek verlangt naar meer. Dus om aan deze verlangens tegemoet te komen, zou Stavenuiter meer kunnen zoeken naar extremen en verrassingen. Als hij die weg als regisseur in durft te slaan, staat het Bambie-publiek nog vele mooie regies te wachten.
maandag 17 januari 2011
Carver: Meester van de verfijning
Na het zien van hun nieuwste voorstelling ‘Steeds meer mensen vieren hun verjaardag niet’ is het zeker: Carver is de meester van de verfijning. Zelden heeft een groep zoveel oog voor detail en timing. Zoveel gevoel voor het creëren van herkenbare scènes die naast hilarisch vooral ook schrijnend zijn. In deze nieuwe voorstelling komt de familie aan bod. Gezinsleden die binnen het kader van hun familiebanden toch verschrikkelijk eenzaam zijn.
Wanneer de lichten aangaan, openbaart zich op het podium een hotelsetting. In de gang staan vier mensen. Een man probeert driftig de deur van een hotelkamer te openen; drie vrouwen kijken ongeduldig toe, of beter, om zich heen. Een eerste lach klinkt op de publiekstribune en de toon is gezet. Vele soortgelijke scènes volgen, met een dominante rol voor het beeld. De één hangt met zijn hoofd voorovergebogen tegen de muur; de ander zit wijdbeens op een stoel; weer een ander hangt kotsend boven de wc of verstopt zich onder het bed. Dit is een familie die met recht excentriek genoemd mag worden. En toch zijn alle verhoudingen en voorvallen razend herkenbaar.
De twee zussen en broer – samen met diens vrouw – wachten gezamenlijk op de dood van hun moeder. En dat terwijl het haar verjaardag is. Maar dat is toch eigenlijk ook wel mooi, meent de vrouw van de broer, sterven op je verjaardag. Dus mag er best gedronken worden. En vooruit, nog eentje. Van genegenheid of steun is geen sprake, van individueel verdriet des te meer. Via monologen krijgt het publiek een inkijkje in de levens van elk van de vier hoofdpersonen, stuk voor stuk even triest. Waar de één worstelt met een gefrustreerd seksleven, kan de ander niet uit de voeten met haar opgekropte woede. Dit alles voortkomend uit een jeugd met een harteloze moeder en een eeuwig dronken vader. En ja, een slecht voorbeeld is ook een voorbeeld. Dus grijpen ze naar de fles.
Het tragikomische verhaal wordt gebracht door vier topacteurs, met een uitblinkende rol voor Joke Tjalsma die een waanzinnig talent koestert voor absurde humor. De teksten van Gerardjan Rijnders en Willem de Wolf doen de rest van het werk. Ieder woord is zo exact getimed dat de lading des te sterker wordt. De woorden doen ook veel vragen opwerpen. Want Carver presenteert geen psychologische verhaaltjes waarmee alles gezegd is. Liever tonen ze fragmentarische, absurde scènes die een beeld scheppen van een wereld waarin het publiek haar eigen weg mag zoeken.
Waar het publiek bij de startscènes buldert van het lachen, sterft deze lach steeds verder weg. Want duidelijk wordt hoe wrang de humor is. En juist daarom is deze voorstelling geslaagd. Carver weet te vervreemden en daarmee bepaalde thema’s scherp naar voren te brengen. De link met ‘Wachten op Godot’ is snel gelegd. Maar hoewel Vladimir en Estragon tijdens hun wachten vergezeld worden door diverse passanten, zijn de vier personages van Carver volledig tot elkaar veroordeeld. Ze wachten en wachten, maar van buiten komt geen bericht. Dit zet de verhoudingen op scherp. Als de kijker zich over durft te geven aan het lege en slepende wachten, zal hij getrakteerd worden op een sterk staaltje toneel.
Wanneer de lichten aangaan, openbaart zich op het podium een hotelsetting. In de gang staan vier mensen. Een man probeert driftig de deur van een hotelkamer te openen; drie vrouwen kijken ongeduldig toe, of beter, om zich heen. Een eerste lach klinkt op de publiekstribune en de toon is gezet. Vele soortgelijke scènes volgen, met een dominante rol voor het beeld. De één hangt met zijn hoofd voorovergebogen tegen de muur; de ander zit wijdbeens op een stoel; weer een ander hangt kotsend boven de wc of verstopt zich onder het bed. Dit is een familie die met recht excentriek genoemd mag worden. En toch zijn alle verhoudingen en voorvallen razend herkenbaar.
De twee zussen en broer – samen met diens vrouw – wachten gezamenlijk op de dood van hun moeder. En dat terwijl het haar verjaardag is. Maar dat is toch eigenlijk ook wel mooi, meent de vrouw van de broer, sterven op je verjaardag. Dus mag er best gedronken worden. En vooruit, nog eentje. Van genegenheid of steun is geen sprake, van individueel verdriet des te meer. Via monologen krijgt het publiek een inkijkje in de levens van elk van de vier hoofdpersonen, stuk voor stuk even triest. Waar de één worstelt met een gefrustreerd seksleven, kan de ander niet uit de voeten met haar opgekropte woede. Dit alles voortkomend uit een jeugd met een harteloze moeder en een eeuwig dronken vader. En ja, een slecht voorbeeld is ook een voorbeeld. Dus grijpen ze naar de fles.
Het tragikomische verhaal wordt gebracht door vier topacteurs, met een uitblinkende rol voor Joke Tjalsma die een waanzinnig talent koestert voor absurde humor. De teksten van Gerardjan Rijnders en Willem de Wolf doen de rest van het werk. Ieder woord is zo exact getimed dat de lading des te sterker wordt. De woorden doen ook veel vragen opwerpen. Want Carver presenteert geen psychologische verhaaltjes waarmee alles gezegd is. Liever tonen ze fragmentarische, absurde scènes die een beeld scheppen van een wereld waarin het publiek haar eigen weg mag zoeken.
Waar het publiek bij de startscènes buldert van het lachen, sterft deze lach steeds verder weg. Want duidelijk wordt hoe wrang de humor is. En juist daarom is deze voorstelling geslaagd. Carver weet te vervreemden en daarmee bepaalde thema’s scherp naar voren te brengen. De link met ‘Wachten op Godot’ is snel gelegd. Maar hoewel Vladimir en Estragon tijdens hun wachten vergezeld worden door diverse passanten, zijn de vier personages van Carver volledig tot elkaar veroordeeld. Ze wachten en wachten, maar van buiten komt geen bericht. Dit zet de verhoudingen op scherp. Als de kijker zich over durft te geven aan het lege en slepende wachten, zal hij getrakteerd worden op een sterk staaltje toneel.
Abonneren op:
Posts (Atom)