Rutger Kroon en Joachim Robbrecht van theatergroep Monk schreven de voorstelling ‘Noord’. Ze baseerden zich op de gedachte van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline dat de Tweede Wereldoorlog nooit helemaal afgelopen is. Tegenwoordig moet je immers geen gekke dingen doen, anders zou je zomaar een doodsbedreiging kunnen ontvangen. Zo blijkt wel uit het verhaal van de hoofdpersoon van dit stuk. Een sterk uitgangspunt; een minder sterke voorstelling.
De beroemde schrijver Bas van Tiggelen ontvlucht Nederland na een serie doodsbedreigingen. Hij zoekt onderdak bij zijn jeugdvriendin Antoinette, die samen met haar man een royaal onderkomen in Finland bezit. Ze nemen gezellig plaats op een met dierenvellen bedekte bank. In de hoek van de bank vinden we ook nog de opa des huizes, die bij de SS heeft gezeten, en Debora, het domme blondje dat Bas onderweg hier naartoe heeft opgepikt. Er wordt druk geconverseerd, waarbij met name Antoinette zich flink laat gelden met uitlatingen over haar aandelen, haar eco-projectjes, idealisme, negers en natuurlijk geld.
‘Noord’ vormt het tweede deel van ‘Soybomb’, een serie over tegencultuur waarmee Monk een stem wil geven aan meelopers en underdogs. In opzet is Noord wat dat betreft geslaagd. Op het podium staan vijf antihelden, de een nog vervelender dan de ander. Opa hangt apathisch en roggelend op de bank met naast hem de hysterische Antoinette die enkel clichés uitbraakt, terwijl haar man Piet Hein met een jachtgeweer over haar waakt. Onderwijl loert hij stiekem naar de domme blondine die zogenaamd sexy poses aanneemt op een kleedje om de aandacht van schrijver Bas te trekken. Deze is op zijn beurt drukker met het schrijven van slechte, beledigende teksten.
Vijf vervelende mensen met vervelende gesprekken. Ze proberen komisch te zijn, maar de grappen blijven voortdurend in de lucht hangen. De scènes zijn flauw en clichématig. De personages worden dermate oppervlakkig neergezet dat de voorstelling nergens interessant wordt. Eva Duijvestein weet als Antoinette nu en dan nog wat te imponeren, maar haar podiumgenoten vervelen al snel. De voorstelling lijkt nog even interessant te worden op de momenten dat Céline’s gedachtegoed impliciet voorbij komt in de gesprekken. Maar de ongeloofwaardige setting belemmert de toeschouwer zich daadwerkelijk aangesproken te voelen door de thematiek die hier wordt aangestipt.
Kroon en Robbrecht lijken teveel op twee gedachten te hebben gehinkt bij het maken van deze voorstelling. Enerzijds willen ze een punt maken over actuele, ideologische conflicten die verdacht veel op oorlog lijken. Anderzijds willen ze een wereld laten zien van tegencultuur. Deze twee doelen lijken niet met elkaar te rijmen. Want de losers die worden neergezet zijn zo vervelend, dat ze niet in staat zijn een beklijvend punt te maken over de wereld waarin we leven. En dat is, op zijn zachtst gezegd, spijtig.
zaterdag 29 januari 2011
dinsdag 25 januari 2011
Bambie 15: Komische hebzucht
Vijf smalle huisjes met onmogelijk kleine deurtjes en raampjes, en al even kleine tuintjes. Twee vrouwen, drie mannen, allen netjes gekleed. Het lijkt de ultieme setting voor een wereld van fatsoen. Maar schijn bedriegt. Lieve glimlachen en grote clownsneuzen zijn niet in staat de hebzucht van deze buren te verhullen. Bambie 15 gaat over stelen. Over bezit dat nooit genoeg is.
Bambie 15, voor het eerst met oprichter Jochem Stavenuiter in de regie, start feestelijk. Eén van de bewoners van deze kleine herenstraat is namelijk jarig. Dus overladen de buren hem met cadeaus. Een wit schaaltje, een blauwe thermofles, een afstandsbediening zonder televisie, of een handige keukentrap. Cadeaus waar je U tegen zegt. Dus willen de buren al dat moois ook wel hebben. Op slinkse wijze kapen ze de giften van elkaar weg. De scène mondt uit in een totale chaos waarin de personages zoveel mogelijk spullen door hun smalle deuren proberen te proppen. En wanneer de spullen op zijn, beginnen ze gewoon maar elkaars kleren van het lijf te rukken.
Mimegroep Bambie blinkt uit in het fysiek toonbaar maken van menselijk gedrag. Dit doen ze doorgaans op uiterst geestige wijze. Bambie 15 vormt daar geen uitzondering op. De manier waarop de hoofdpersonen steeds weer verlangen naar iets van de ander en dit vervolgens met bruut geweld naar zich toetrekken, is herkenbaar en hilarisch. Toch zakt de komische lijn in de loop van de voorstelling enigszins in. De thematiek is bij aanvang direct helder en weet zich nauwelijks te ontwikkelen. Hoewel de voorstelling vele briljante vondsten kent, weten de acteurs op inhoudelijk niveau weinig te verrassen. We zien hoe ze van elkaar stelen, en nog eens, en nog maar eens.
Stavenuiter speelt met deze voorstelling in op een belangrijke ontwikkeling. In een tijd waarin ieders leven steeds meer open en bloot komt te liggen, vervagen de grenzen van persoonlijk bezit. Stavenuiter weet op krachtige wijze te verbeelden hoe ver mensen gaan in hun hebzucht. Hij toont menselijke verlangens naar geld, naar spullen, naar liefde. Een oneindige hunkering naar meer.
Visueel gezien is Bambie 15 een hoogstandje. Er worden aan de lopende band krachtige beelden gecreëerd, die ook nog eens veelzeggend en geestig zijn. Voor een eerste regie mag Stavenuiter zichzelf op de schouder kloppen. Maar ja, ook een theaterpubliek verlangt naar meer. Dus om aan deze verlangens tegemoet te komen, zou Stavenuiter meer kunnen zoeken naar extremen en verrassingen. Als hij die weg als regisseur in durft te slaan, staat het Bambie-publiek nog vele mooie regies te wachten.
Bambie 15, voor het eerst met oprichter Jochem Stavenuiter in de regie, start feestelijk. Eén van de bewoners van deze kleine herenstraat is namelijk jarig. Dus overladen de buren hem met cadeaus. Een wit schaaltje, een blauwe thermofles, een afstandsbediening zonder televisie, of een handige keukentrap. Cadeaus waar je U tegen zegt. Dus willen de buren al dat moois ook wel hebben. Op slinkse wijze kapen ze de giften van elkaar weg. De scène mondt uit in een totale chaos waarin de personages zoveel mogelijk spullen door hun smalle deuren proberen te proppen. En wanneer de spullen op zijn, beginnen ze gewoon maar elkaars kleren van het lijf te rukken.
Mimegroep Bambie blinkt uit in het fysiek toonbaar maken van menselijk gedrag. Dit doen ze doorgaans op uiterst geestige wijze. Bambie 15 vormt daar geen uitzondering op. De manier waarop de hoofdpersonen steeds weer verlangen naar iets van de ander en dit vervolgens met bruut geweld naar zich toetrekken, is herkenbaar en hilarisch. Toch zakt de komische lijn in de loop van de voorstelling enigszins in. De thematiek is bij aanvang direct helder en weet zich nauwelijks te ontwikkelen. Hoewel de voorstelling vele briljante vondsten kent, weten de acteurs op inhoudelijk niveau weinig te verrassen. We zien hoe ze van elkaar stelen, en nog eens, en nog maar eens.
Stavenuiter speelt met deze voorstelling in op een belangrijke ontwikkeling. In een tijd waarin ieders leven steeds meer open en bloot komt te liggen, vervagen de grenzen van persoonlijk bezit. Stavenuiter weet op krachtige wijze te verbeelden hoe ver mensen gaan in hun hebzucht. Hij toont menselijke verlangens naar geld, naar spullen, naar liefde. Een oneindige hunkering naar meer.
Visueel gezien is Bambie 15 een hoogstandje. Er worden aan de lopende band krachtige beelden gecreëerd, die ook nog eens veelzeggend en geestig zijn. Voor een eerste regie mag Stavenuiter zichzelf op de schouder kloppen. Maar ja, ook een theaterpubliek verlangt naar meer. Dus om aan deze verlangens tegemoet te komen, zou Stavenuiter meer kunnen zoeken naar extremen en verrassingen. Als hij die weg als regisseur in durft te slaan, staat het Bambie-publiek nog vele mooie regies te wachten.
maandag 17 januari 2011
Carver: Meester van de verfijning
Na het zien van hun nieuwste voorstelling ‘Steeds meer mensen vieren hun verjaardag niet’ is het zeker: Carver is de meester van de verfijning. Zelden heeft een groep zoveel oog voor detail en timing. Zoveel gevoel voor het creëren van herkenbare scènes die naast hilarisch vooral ook schrijnend zijn. In deze nieuwe voorstelling komt de familie aan bod. Gezinsleden die binnen het kader van hun familiebanden toch verschrikkelijk eenzaam zijn.
Wanneer de lichten aangaan, openbaart zich op het podium een hotelsetting. In de gang staan vier mensen. Een man probeert driftig de deur van een hotelkamer te openen; drie vrouwen kijken ongeduldig toe, of beter, om zich heen. Een eerste lach klinkt op de publiekstribune en de toon is gezet. Vele soortgelijke scènes volgen, met een dominante rol voor het beeld. De één hangt met zijn hoofd voorovergebogen tegen de muur; de ander zit wijdbeens op een stoel; weer een ander hangt kotsend boven de wc of verstopt zich onder het bed. Dit is een familie die met recht excentriek genoemd mag worden. En toch zijn alle verhoudingen en voorvallen razend herkenbaar.
De twee zussen en broer – samen met diens vrouw – wachten gezamenlijk op de dood van hun moeder. En dat terwijl het haar verjaardag is. Maar dat is toch eigenlijk ook wel mooi, meent de vrouw van de broer, sterven op je verjaardag. Dus mag er best gedronken worden. En vooruit, nog eentje. Van genegenheid of steun is geen sprake, van individueel verdriet des te meer. Via monologen krijgt het publiek een inkijkje in de levens van elk van de vier hoofdpersonen, stuk voor stuk even triest. Waar de één worstelt met een gefrustreerd seksleven, kan de ander niet uit de voeten met haar opgekropte woede. Dit alles voortkomend uit een jeugd met een harteloze moeder en een eeuwig dronken vader. En ja, een slecht voorbeeld is ook een voorbeeld. Dus grijpen ze naar de fles.
Het tragikomische verhaal wordt gebracht door vier topacteurs, met een uitblinkende rol voor Joke Tjalsma die een waanzinnig talent koestert voor absurde humor. De teksten van Gerardjan Rijnders en Willem de Wolf doen de rest van het werk. Ieder woord is zo exact getimed dat de lading des te sterker wordt. De woorden doen ook veel vragen opwerpen. Want Carver presenteert geen psychologische verhaaltjes waarmee alles gezegd is. Liever tonen ze fragmentarische, absurde scènes die een beeld scheppen van een wereld waarin het publiek haar eigen weg mag zoeken.
Waar het publiek bij de startscènes buldert van het lachen, sterft deze lach steeds verder weg. Want duidelijk wordt hoe wrang de humor is. En juist daarom is deze voorstelling geslaagd. Carver weet te vervreemden en daarmee bepaalde thema’s scherp naar voren te brengen. De link met ‘Wachten op Godot’ is snel gelegd. Maar hoewel Vladimir en Estragon tijdens hun wachten vergezeld worden door diverse passanten, zijn de vier personages van Carver volledig tot elkaar veroordeeld. Ze wachten en wachten, maar van buiten komt geen bericht. Dit zet de verhoudingen op scherp. Als de kijker zich over durft te geven aan het lege en slepende wachten, zal hij getrakteerd worden op een sterk staaltje toneel.
Wanneer de lichten aangaan, openbaart zich op het podium een hotelsetting. In de gang staan vier mensen. Een man probeert driftig de deur van een hotelkamer te openen; drie vrouwen kijken ongeduldig toe, of beter, om zich heen. Een eerste lach klinkt op de publiekstribune en de toon is gezet. Vele soortgelijke scènes volgen, met een dominante rol voor het beeld. De één hangt met zijn hoofd voorovergebogen tegen de muur; de ander zit wijdbeens op een stoel; weer een ander hangt kotsend boven de wc of verstopt zich onder het bed. Dit is een familie die met recht excentriek genoemd mag worden. En toch zijn alle verhoudingen en voorvallen razend herkenbaar.
De twee zussen en broer – samen met diens vrouw – wachten gezamenlijk op de dood van hun moeder. En dat terwijl het haar verjaardag is. Maar dat is toch eigenlijk ook wel mooi, meent de vrouw van de broer, sterven op je verjaardag. Dus mag er best gedronken worden. En vooruit, nog eentje. Van genegenheid of steun is geen sprake, van individueel verdriet des te meer. Via monologen krijgt het publiek een inkijkje in de levens van elk van de vier hoofdpersonen, stuk voor stuk even triest. Waar de één worstelt met een gefrustreerd seksleven, kan de ander niet uit de voeten met haar opgekropte woede. Dit alles voortkomend uit een jeugd met een harteloze moeder en een eeuwig dronken vader. En ja, een slecht voorbeeld is ook een voorbeeld. Dus grijpen ze naar de fles.
Het tragikomische verhaal wordt gebracht door vier topacteurs, met een uitblinkende rol voor Joke Tjalsma die een waanzinnig talent koestert voor absurde humor. De teksten van Gerardjan Rijnders en Willem de Wolf doen de rest van het werk. Ieder woord is zo exact getimed dat de lading des te sterker wordt. De woorden doen ook veel vragen opwerpen. Want Carver presenteert geen psychologische verhaaltjes waarmee alles gezegd is. Liever tonen ze fragmentarische, absurde scènes die een beeld scheppen van een wereld waarin het publiek haar eigen weg mag zoeken.
Waar het publiek bij de startscènes buldert van het lachen, sterft deze lach steeds verder weg. Want duidelijk wordt hoe wrang de humor is. En juist daarom is deze voorstelling geslaagd. Carver weet te vervreemden en daarmee bepaalde thema’s scherp naar voren te brengen. De link met ‘Wachten op Godot’ is snel gelegd. Maar hoewel Vladimir en Estragon tijdens hun wachten vergezeld worden door diverse passanten, zijn de vier personages van Carver volledig tot elkaar veroordeeld. Ze wachten en wachten, maar van buiten komt geen bericht. Dit zet de verhoudingen op scherp. Als de kijker zich over durft te geven aan het lege en slepende wachten, zal hij getrakteerd worden op een sterk staaltje toneel.
Abonneren op:
Posts (Atom)