maandag 22 november 2010

Stoppen op je hoogtepunt

Lang met een hoofdletter L. Het schijnt de nieuwe trend te zijn in theaterland. Voorstellingen van een uurtje zijn haast zeldzaam, voorstellingen van twee of zelfs drie uur steeds vaker de norm. Of het nu de ego’s van de theatermakers zijn die hun publiek zo lang mogelijk op de tribune willen houden, of een gebrek aan dramaturgen die de kern van een voorstelling weten te duiden, wat mij betreft zijn de langgerekte performances een zwaktebod.

De noodzaak van theater kent vele facetten. Theater is er om te amuseren, te prikkelen, te raken, mee te zuigen. Theater is er om aan te zetten tot reflectie of tot een lach. Theater is er om dingen aan de kaak te stellen en om mensen te binden. Maar wanneer een voorstelling almaar voortduurt, dreigen al deze elementen te verzinken in een slepende vertoning. De lach sterft weg, de toeschouwer verliest zijn aandacht en kijkt op zijn horloge.

Natuurlijk zijn er genoeg uitzonderingen: sommige voorstellingen hebben nu eenmaal tijd nodig om op te bouwen, details te tonen en complexe relaties uiteen te zetten. Genoeg voorstellingen zijn deze tijd ook waard en weten hun publiek eindeloos te boeien. Maar toch zie ik steeds vaker voorstellingen die hun hoogtepunt voorbij vliegen en daarna keihard naar beneden kelderen. Of erger: voorstellingen die hun hoogtepunt nooit bereiken, omdat het woord spanningsboog hen volkomen vreemd lijkt. Niets is erger dan een voorstelling zonder spanning. Theaterstoelen zitten doorgaans nou net niet zo comfortabel dat je er ongemerkt uren op kunt zitten. De stoelen wijzen je erop dat je er zit, in het theater. En wanneer dat gebeurt, ben je uit de voorstelling getrokken. Dan is het niet altijd even gemakkelijk er weer in te geraken.

Als ik meewerk aan een productie wil ik zorgen dat de toeschouwers hierin meegezogen worden. Ik wil dat ze in een sneltrein stappen en pas beseffen dat ze hun eindbestemming hebben bereikt wanneer de trein tot stilstand komt. Ik wil voorkomen dat ze al een tijdje uit het raam zaten te turen op zoek naar het eindpunt, om daar aangekomen het station zo snel mogelijk te verlaten. Nee, ze moeten terug de trein in willen om meer te zien.

Maarja, wie ben ik. Laat ik deze blog ook maar vooral niet te Lang maken. Stoppen op je hoogtepunt.

dinsdag 16 november 2010

Hamlet van De Utrechtse Spelen: To See or Not To See?

Tijdens het Utrechtse UITfeest in september bezocht ik een voorproefje van ‘Hamlet’, vertolkt door De Utrechtse Spelen. De voorbode van deze regie van Jos Thie maakte een overweldigende indruk. Het publiek werd op straat ontvangen met een theatraal dansspel op klompen, om vervolgens het theater in getrokken te worden waar een gigantische eettafel zich aftekende te midden van een grote ravage. Er was enorm uitgepakt met decor, kostuums en special effects. Het voorproefje van deze ‘Hamlet’ zat bomvol humor, spanning en verrassingen. Deze voorstelling moest ik zien. Vol verwachting begaf ik me dan ook opnieuw op de tribunes van De Utrechtse Spelen, die voor ‘Hamlet’ aan weerszijden van de imposante tafel zijn geplaatst. Dit maal was de eettafel echter leeg. En dat niet alleen: alles wat deze voorstelling zo veelbelovend maakte tijdens het UITfeest, bleek volledig van tafel geschoven. Letterlijk.

Thie zag in de tekst van Hamlet een stuk over een jonge, moderne generatie in wiens leven de vraag “wie ben ik en wie wil ik zijn” centraal staat. Om deze vraag te onderzoeken trok hij een aantal acteurs van jongerengezelschap DOX aan, samen met huischoreograaf Hildegard Draaijer. Maar het gebruik van jonge spelers garandeert geen moderne voorstelling, zo blijkt. Al spelen hoofdrol Floris Verkerk en zijn medespelers nog zo sterk; een gebrek aan luchtigheid maakt de voorstelling een lang en voortslepend spel. Nu en dan weten de choreografieën van Draaijer de tekst mooi te versterken, maar op vele momenten wordt de beweging nogal geforceerd op de traditioneel en ernstig gebrachte teksten geplakt. Het decor; de energieke spelers; het gebruik van dans; de onconventionele theateropstelling: alle ingrediënten voor een verrassende, actuele Hamlet-enscenering zijn aanwezig. Maar losse ingrediënten leiden niet automatisch naar een goed recept.

We kennen het verhaal van Hamlet allemaal. De dode koning van Denemarken verschijnt als geest aan zijn zoon Hamlet om hem te vertellen dat zijn broer – die inmiddels zowel de troon als de koningin heeft ingenomen – hem heeft vermoord. Hamlet zint op wraak, maar twijfelt of hij hier wel toe in staat is. Elke regisseur die de strijd met ‘Hamlet’ aangaat staat voor een belangrijke uitdaging. Het publiek weet al hoe het verhaal zal verlopen: de spanning zal dus gezocht moeten worden in het ‘hoe’ in plaats van het ‘wat’. Thie pakt dit slim aan door elke illusie over het lot van Hamlet direct weg te nemen: waar de actie in het oorspronkelijke script lang op zich laat wachten, gebruikt Thie het gewelddadige einde van het verhaal als proloog. Hamlet sterft in een bloederig duel tegen zijn vriend, terwijl zijn moeder en oom worden vergiftigd door een glas wijn. De opening maakt nieuwsgierig: na deze slachtpartij zal het publiek te zien krijgen wat de personages tot hun daden dreef. Helaas wordt het publiek hierin teleurgesteld. Het zijn vooral feiten die we te zien krijgen, waarbij de achterliggende motieven ondergesneeuwd raken door ernstig spel en geforceerde vormkeuzes.

Interessant in de nieuwe Hamlet-vertolking is de dubbelrol van Shertise Solano als zowel de moeder als de geliefde van Hamlet. De keuze om deze personages door één actrice te laten spelen, verbeeldt krachtig hoe Hamlet in zijn wanhoop de twee vrouwen waar hij het meest van houdt van zich afstoot en zelfs de dood indrijft. De zelfmoord van Ophelia wordt prachtig geënsceneerd wanneer zij in witte kleding op de enorme tafel ligt, die langzaam volstroomt met water. Toch zijn deze momenten schaars en weet de voorstelling weinig indruk te maken. Het UITfeest is bedoeld om cultuurliefhebbers warm te maken voor het komende seizoen; niet om hen op het verkeerde been te zetten. De Utrechtse Spelen hebben met hun voorproefje van ‘Hamlet’ hun tribunes goed weten te vullen. Maar ze sturen hoogstwaarschijnlijk ook een hoop mensen teleurgesteld naar huis.

dinsdag 2 november 2010

‘De thuiskomst’ van Pinter opnieuw radicaal

FC Bergman is een hype. Waarom? Ga naar hun uitvoering van Harold Pinter's ‘De thuiskomst’ en je begrijpt het. Deze jonge, Vlaamse honden maken rauw, fris en gedurfd theater. Het is op zich al gedurfd om een tekst van Pinter op de planken te brengen. Want, zo geven de spelers van FC Bergman zelf al aan, in de teksten van Pinter vind je nooit antwoorden. Gelukkig hebben zij dit goed begrepen. De mannen gaan niet verstard op zoek naar een interpretatie, maar leggen zich toe op de vervreemding die in Pinter’s tekst besloten ligt. Ze laten de toeschouwers achter in een staat van verwarring. En hoe ze dat doen, is knap.

“Wees maar niet bang An, het is mijn familie, geen stelletje kannibalen”, zo stelt hoofdpersonage Teddy zijn vrouw gerust, wanneer ze voor het eerst in zes jaar zijn ouderlijk huis betreden. De angst van An is niet ongegrond: de vader, broer en oom van Teddy leven als holbewoners al zuipend, rokend en bekvechtend in een huis dat bezaaid ligt met afval. Het wordt niet bepaald een warm weerzien. Vaderlief is woedend dat iemand voor het eerst sinds de dood van zijn vrouw een “hoer” mee naar huis durft te nemen. Hij wil zijn zoon te lijf gaan met alles wat hij maar voor handen heeft. Toch nemen de emoties al gauw een andere wending wanneer de heren zich realiseren dat de komst van een vrouw eigenlijk zo slecht nog niet is. Het woord hoer dient niet langer als scheldwoord: deze “hoer” zou zich nog wel eens nuttig kunnen maken…

FC Bergman geeft een interessante interpretatie aan ‘De thuiskomst’ door An, die eigenlijk Ruth heet, door een man te laten spelen. Dat de vrouw zich voorstelt als Ruth maar door haar man An wordt genoemd, verwijst naar een tijd waarin zij nog als man door het leven ging. Nog altijd heeft Ruth haar mannelijkheid niet verloren, wat blijkt wanneer haar edele delen zich openbaren onder haar mantelrok. De absurde manier waarop scènes als deze gespeeld worden, maakt het stuk bij wijlen hilarisch. Een enorme chapeau gaat uit naar acteur Matteo Simoni, die een ongekend sterke mannelijke vrouw – of is het een vrouwelijke man? – neerzet. De dubbele laag van deze rol benadrukt de wankele familiebanden: zelfs al wordt de ware identiteit van Ruth onthuld, de mannen zijn meer geïnteresseerd in dit zogenaamde vrouwelijk schoon dan in hun eigen Teddy die ze al jaren niet zagen. De onderlinge verhoudingen op het podium worden continu onderuit gehaald en laten de kijker verward achter.

De heren van FC Bergman weten waar de grenzen liggen en gaan er genadeloos overheen. Een flinke dosis energie en explosiviteit spat non-stop van het podium af. Deze mannen weten wat acteren is. Waar de tekst van Pinter vroeger nog voor veel ophef zorgde, is het script in de huidige tijd lang niet meer zo radicaal. Toch weet FC Bergman de tweeakter opnieuw schokkend te maken. Enkele toeschouwers besloten zelfs de zaal te verlaten. Spijtig: ze hebben een sterk staaltje theater moeten missen.