Dat we in een economische crisis verkeren is duidelijk. Dat we een weg moeten vinden om hieruit te geraken ook. Er zullen klappen moeten vallen. Overal, dus ook in de kunst- en cultuursector. Een logisch verhaal. Maar dat de kunsten zo hardhandig aangepakt gaan worden doet mij de broek afzakken. Eerst wordt al aangekondigd dat het nieuwe kabinet 200 miljoen euro wil bezuinigen op de kunsten. Dan horen we dat het Muziekcentrum van de omroep dreigt te worden afgeschaft, zodat onze meest bijzondere orkesten het moeten ontgelden. Om als klap op de vuurpijl te vernemen dat de BTW van toegangskaartjes voor de podiumkunsten met maar liefst dertien procent zal gaan stijgen. Er rest maar één vraag: waar gaat dit heen?
“Wat valt er nog in te burgeren als we onze eigen cultuur kapot maken?” Deze leus verscheen op een spandoek tijdens recente protesten tegen de bezuinigingsplannen in Den Haag. De woorden zijn o zo waar. We horen Wilders dag in dag uit klagen over immigratie en de Islam. Maar in plaats van te investeren in een juiste integratieaanpak, slaagt onze blonde politicus erin het wij/zij-gevoel almaar te vergroten. Er is in het Nederland van Rutte, Verhagen en gedoog-Wilders geen ruimte voor een gezamenlijke cultuur. Zij zien een belangrijk ding over het hoofd. De kracht van kunst en cultuur is enorm. En juist in een tijd als deze hebben we ze zo hard nodig.
Onze nieuwe toppolitici zijn niet de enigen die het nut van kunst en cultuur onderschatten. In mijn naaste omgeving hoor ik veelvuldig sceptische geluiden over de kunstsector. Veel mensen die zich niet dikwijls in de kunstwereld begeven zien haar nut niet direct in. Bij het woord theater denken ze aan Joop van de Ende en bij het woord schouwburg aan een stoffig imago en een bejaard elitepubliek. Ik probeer graag het tegendeel te bewijzen door deze mensen mee te nemen naar het theater, waar ze vaak ontdekken dat er op het podium totaal andere dingen ontstaan dan ze hadden verwacht. Geen commercie zoals in de grote musicals of saaie dialogen als in het conventionele toneel. Maar dingen die ontroeren, raken, verrassen, vermaken. Dingen die een nieuw licht op kwesties werpen en die saamhorigheid weten te brengen onder het publiek. En toch is het niet vreemd dat deze mensen niet gewend zijn naar het theater te gaan. De toegangsprijzen zorgen voor een drempel die zij niet snel over zullen gaan.
Ik kan alleen maar zeggen: laten we deze drempel niet nog hoger maken. Laten we juist investeren in een nieuw, jong publiek die de waarde van kunst zelf gaat ervaren. Laten we zoeken naar manieren om kunst naar de mensen te brengen. Laten we zorgen dat niet enkel de smaak van de elite wordt nageleefd, maar dat de kunsten voor ieder wat wils brengen. Laten we erkennen dat kunst en cultuur onmisbare onderdelen zijn van de Nederlandse samenleving. Laten we zoeken naar die gemeenschappelijke cultuur, die met dit nieuwe kabinet plotseling zover weg lijkt te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten