zondag 19 juni 2011

Persoonlijke ontmoetingen op Festival aan de Werf

Het kan weinigen zijn ontgaan: voor de 26e keer werd Utrecht in mei tien dagen lang gedomineerd door Festival aan de Werf. De grote witte muur op De Neude, ook wel de ‘Walk-on-Wall’ genoemd, trok veel aandacht. Door sommigen bestempeld als lelijk en weinig uitnodigend, door anderen dankbaar aangehaald om de graffitibussen uit de kast te trekken en een stukje persoonlijk schoon achter te laten. De leuzen en tekeningen op de muur sloten mooi aan bij het thema van dit jaar: ‘Take it personal’. Niet alleen het publiciteitsmateriaal kwam volledig tot stand met behulp van persoonlijke uitspattingen van het publiek; ook de theatergroepen brachten voorstellingen die allen onder de noemer persoonlijk geplaatst konden worden. Aan het publiek de schone taak om de voorstellingen op hun beurt weer persoonlijk te ontvangen.

Het overkoepelende thema van het festival was zowel haar kracht alsook haar zwakte. Het publiek weet bij Festival aan de Werf waar het aan toe is en dat is fijn. Geen toegankelijk, lichtvoetig theater; wel inspirerende, spannende en experimentele voorstellingen die vaak dicht op de huid worden gespeeld. Disciplines komen samen en unieke ervaringen worden tot stand gebracht. Op het festival komen veel theaterliefhebbers af die maar al te bereid zijn zich onder te dompelen in de programmering en deze persoonlijk te maken. ‘Take it personal’ was dan ook een slim gekozen motto dat een duidelijke stempel op het festival drukte.

Niettemin leek de programmering dit jaar wat onder het gekozen thema te lijden. Het idee dat theatermakers persoonlijk theater brengen lijkt leuk. Maar de vraag is of ze vervolgens genoeg ruimte overlaten voor het publiek om de voorstellingen naar zich toe te trekken. Het antwoord was in veel gevallen nee. Sommige performances op het festival waren zo persoonlijk dat ze ijdel of simpelweg vervelend werden. De passie van de een is de passie van de ander niet. Een fascinatie van een theatermaker levert dan ook niet automatisch een interessante voorstelling op.

Zo was er de voorstelling ‘Susan and Darren’ van Quarantine en Company Fierce. Een aandoenlijke voorstelling waarin een danser samen met zijn moeder, die normaal gesproken schoonmaakt, op het podium staat. Intiem theater dat mooie verhalen brengt, maar niet duidelijk maakt waarom het de toeschouwer naar deze uiterst persoonlijke verhalen laat luisteren. Want hoewel de performers veel sympathie opwekken, slagen zij er niet in hun levensverhaal naar een bredere context te trekken. Voor nadere invulling van het publiek is dan ook weinig ruimte.

Hetzelfde geldt voor ‘Hell on earth’ van Dorkypark. Choreograaf Constanza Macras bracht een aantal jongeren uit een Berlijnse achterstandswijk tezamen met enkele professionele dansers. Veel potentie om een actuele en spannende voorstelling te brengen. Zij het niet dat de verhalen van de jongeren nauwelijks uit de verf komen en Macras bovendien weinig sterke theatrale middelen inzet om de voorstelling tot een succes te maken. De jongeren kunnen simpelweg niet dansen en zingen, wat nauwelijks wordt gecompenseerd met de korte choreografieën van de profs. Uiteindelijk krijgt het publiek enkel oppervlakkige verhalen van de jongeren te horen en kijkt het anderhalf uur lang naar weinig opzwepende scènes.

Gelukkig zijn er ook nog theatermakers die het thema wel hebben begrepen. Zo besloten vijf jonge acteurs van De Warme Winkel hun persoonlijke ervaringen met naturisme te gebruiken in de voorstelling ‘Viva la naturisteraçion!’. Zij maken het persoonlijke niet tot een voorstelling, maar gebruiken het als inspiratiebron. En dat werkt. De voorstelling brengt een (naakt)onderzoek naar de vraag of het mogelijk is één te worden met de natuur. Met zowel humor als confrontatie laten de spelers zien dat onze consumptiemaatschappij een verbintenis met de natuur ernstig bemoeilijkt. Zoals deze acteurs hun fascinatie voor naturisme naar een bredere context weten te trekken, slaagt ook Gisèle Vienne er moeiteloos in haar passie voor ‘suspense’ over te dragen op haar publiek. Vienne bewijst met ‘This is how you will disappear’ dat thriller en horror niet enkel filmgenres zijn. Met een decor van mist, bomen en echte roofvogels, snerpende muziek en een sublieme, dreigende speelstijl weet zij geen toeschouwer onberoerd te laten.

Het is toe te juichen dat Festival aan de Werf kiest voor een duidelijke stijl met een editiespecifiek thema. Een thema dat in sommige gevallen matig en in andere gevallen zeer goed heeft uitgepakt. Wanneer de theatergroep genoeg ruimte overlaat voor het publiek om de voorstelling persoonlijk te maken, ontstaat er een unieke ontmoeting tussen maker en toeschouwer. Even delen zij een bepaalde fascinatie, een bepaald gevoel, een bepaalde werkelijkheid. Het zijn deze persoonlijke ontmoetingen die het theater zo bijzonder maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten